“Shiatsu is meer dan een massage”

Binnen het spectrum van alternatieve geneeswijzen en behandelingen die uit het Oosten onze kant op zijn komen waaien, is Shiatsu er een van. In deze blogpost bespreek ik wat Shiatsu precies inhoudt en komt Margreeth Verbrugge (53) aan het woord, die er een aantal jaar terug voor koos zich te verdiepen in de Shiatsu en een Shiatsu opleiding te gaan doen.

Shiatsu is een manuele therapie die ontwikkeld is in Japan en waarbij alleen (delen van) de handen gebruikt worden om de behandeling uit te voeren. Daarbij richt men zich vooral op bepaalde punten op het lichaam die op meridianen liggen waar bijvoorbeeld de acupunctuur ook gebruik van maakt. Bij Shiatsu gaat het eveneens om het weer in balans brengen van je levenskracht, je chi (of qi). Shiatsu betekent, letterlijk vertaald, ‘vingerdruk’ (shi = vinger, atsu = druk) en de lichaamspunten waar gebruik van wordt gemaakt heten tsubo. In het Japans is een tsubo ook wel een (stop)fles of kruik en in deze punten op het lichaam wordt, volgens de Shiatsu, een hoop vermoeidheid en stress opgeslagen. Druk op deze punten geven zorgt voor verlichting.

De therapie wordt vooral gebruikt in preventieve zin, om je lichaam te laten floreren en het zelfhelend vermogen te versterken. Het kan echter ook enigszins helend werken bij migraine, whiplash en rugpijn. Op de website van Shiatsu Nederland wordt tevens gesproken over het vrij simpele maar sterke belang van een ‘zorgzame aanraking’. Dit zou in deze tijd extra belangrijk zijn geworden door de manier waarop onze zorg zo hightech is geworden en we vaak een hectisch, stressvol en vermoeiend dagelijks leven hebben. Shiatsu zou bijvoorbeeld ook heel erg helpen bij de bewustwording van je lichaam en om daarbij goed voor haar te zorgen. Een stukje mindset-ontwikkeling komt er dus ook zeker bij kijken.

shiatsu 1

In Europa wint Shiatsu steeds meer terrein, wat geleidelijk aan sinds de jaren ’80 al gebeurt. In Japan kreeg de behandelwijze al relatief veel erkenning; in 1955 werd het al erkend door de Japanse overheid, maar alleen in combinatie met anma (chinese massage) en moxibustion. In 1957 kreeg het de erkenning als een specifieke therapie en in 1964 wordt de Shiatsu officieel aangenomen door het Ministerie van Gezondheid in Japan. De Shiatsu opleiding in Japan is nu zelfs door de overheid gereguleerd.

Binnen de Shiatsu bestaan er verschillende stromingen. Tokujiro Namikoshi en zijn zoon Toru Namikoshi hebben de Shiatsu in eerste instantie ontwikkeld, waarbij zij zich vooral hebben gericht op de fysieke behandeling en het corrigeren van fysieke onbalans. Daaruit is de Klassieke Shiatsu voortgekomen, die de lichaamsmeridianen en tsubo erbij betrekt. Daarnaast is er een vrij grote stroming die Zen-Shiatsu heet en waarbij, naast de fysieke behandeling, ook heel erg wordt gekeken naar je bewustwording en mindset. Het is daarbij erg belangrijk dat je als therapeut ook rust ervaart. Deze laatste stroming is ontwikkeld door Masunaga, die naast de Japanse Shiatsu-leer ook Traditionele Chinese Geneeskunde en westerse psychologie toepaste.

Margreeth voelt zich het meest thuis in de Zen-Shiatsu. “Ik heb eerst één jaar bij Alan Nash gezeten, die toen net bezig was de Nederlandse School voor Klassieke Shiatsu op te richten. Vervolgens heb ik nog een jaar in Den Haag de opleiding gedaan en toen in Amsterdam, bij Joyce Vlaarkamp. Dat was een tweejarige opleiding Zen-Shiatsu. Ik moest mijn draai eerst nog wat vinden in Shiatsu-land, maar bij de Zen-Shiatsu voele ik me het meeste ‘thuis’”, vertelt ze.

Ze is bij de Shiatsu terecht gekomen door een oude vriend van haar, die haar een keer meenam naar een open dag. Dat vond ze heel interessant en indrukwekkend, dus wilde ze er zelf ook wel meer vanaf weten. De Shiatsu heeft haar persoonlijk ook wel geholpen, omdat ze in het reguliere circuit de zorg niet kreeg die ze wilde. “Ik ging verder kijken en kwam uit bij andere benaderingen. Dat ben ik eigenlijk gaan doen door teleurstellingen in het reguliere circuit. De behandelingen door huisarts en fysiotherapeut waren toch allemaal een stuk oppervlakkiger. In het reguliere circuit worden een heleboel klachten gewoon niet behandeld, terwijl de Oosterse geneeswijzen daar eigenlijk wel naar kijken. En daar word het wel serieus genomen, als een verstoring van qi, of nouja, het is een andere perceptie van ziekte eigenlijk. Maar het wordt in ieder geval behandeld. Hier wordt er eigenlijk niets aan gedaan”, zegt ze.

shiatsu 2

Iedereen kan het ook leren, volgens Margreeth. Als je maar een open geest hebt, in het hier en nu kunt zijn en je op je knieën kunt zitten. “Door die zen houding kunt je ‘horen/voelen’ wat er onder je vingers gebeurt. En je leert er eerst de kata’s en leert deze net als in karate eindeloos te herhalen”, vertelt ze. Wat zelfdiscipline is daar dus ook wel voor nodig. Soms wordt er ook aangeraden om je aan een bepaald dieet te houden om het zen-gevoel (een bepaalde leegde) te versterken, wat ook wel lastig kan zijn.

“Het werkt absoluut veel beter dan gewone massage. Allereerst wordt er veel meer tijd en aandacht aan je geschonken als patiënt. Een shiatsubehandeling duurt sowieso bij de intake al anderhalf uur en daarna vaak ook nog langer dan een uur. Dus dat is al heel anders dan een snel fysiotherapie bezoekje, waar je hooguit een kwartiertje gemasseerd wordt en dan weer weg kan. Dus dat is niet te vergelijken. Daarnaast werkt shiatsu niet alleen op de plaats waar je pijn hebt en wordt er dus veel meer verder gekeken. Je hele lichaam wordt soms onder handen genomen. Het kan soms zijn dat jij hoofdpijn hebt en dat bijvoorbeeld je kuiten en je voeten ook behandeld worden. Bij de fysio wordt je alleen behandeld op de plek dat je last hebt. En dat is natuurlijk ook het verschil tussen de reguliere benadering en de holistische benadering, waarbij er veel meer gekeken wordt naar het geheel en het patroon van klachten. In de oosterse geneeswijzen wordt er verder ook een duidelijke relatie gezien tussen de emoties en hoe deze hun weerslag kunnen hebben op je lichaam. Alles is met elkaar verbonden. Ook het klimaat waarin je leeft en je erfelijke belasting en dergelijke hebben invloed op je ki, je levensenergie”, vertelt Margreeth. “Een Shiatsu behandeling kan niet álle stress oplossen, want dat moet je zelf doen. Maar toch vind ik de behandelingen veel diepgaander en effectiever dan bijvoorbeeld een fysiobehandeling.” redpillbluepill transparant mini

Advertenties

Nooit gevaccineerd als kind

Niet lang nadat ik was begonnen met dit blog kwam ik erachter dat een vriend van me, Henk (25)*, nooit is gevaccineerd als kind. Dit verraste me eerlijkgezegd een beetje, omdat hij voor mij eigenlijk altijd heel nuchter over kwam en die twee dingen in mijn hoofd niet rijmde. Hij was zo aardig om wat vragen te beantwoorden om hier op mijn blog neer te zetten.

vaccines 2

Hoe kwam het dat je ouders er voor kozen je als kind niet te laten vaccineren?

Mijn moeder vindt het tot de dag van vandaag onzin om voor alles gevaccineerd te worden, dus dat gebeurde ook niet. Mijn vader vindt het volgens mij wel nodig maar die verloor de discussie.

Mijn moeder heeft voor zichzelf bepaald dat de ‘natuurlijke’ insteek beter is dan het idee dat men maar overal voor beschermd moet worden. Het is niet erg om ziek te zijn, het is normaal om wel eens ziek te worden dus waarom zou je dat proberen te voorkomen? Daarbij zijn een deel van de vaccinaties die op dit moment in de Rijksvaccinatie zitten vaccinaties voor ziekten die niet heel erg zijn om als kind te krijgen, en anders vrij zeldzaam zijn. Onder andere om deze redenen heeft ze besloten om het op het natuurlijke verloop te laten.

Had dat bepaalde gevolgen? (fysiek, mentaal, in het contact met je ouders of met leeftijdsgenoten)

Nee, ik kwam er op mijn 23ste pas achter dat dit is gebeurd. Ik kan me herinneren dat ik bijvoorbeeld Rodehond en de mazelen heb gehad als kind. Behalve dat het jeukt was het niet bepaald anders dan bijvoorbeeld griep. Maar als je niet weet dat dat niet normaal is, dan sta je er ook niet zo bij stil. Kinkhoest is wel iets heel vervelends om te hebben als je wat jonger bent, dat komt voornamelijk door het hoesten. Als kind denk je dan dat je een turbo-verkoudheid te pakken hebt.

Als je er nu op terug kijkt, zou je dan liever hebben gehad dat ze een andere keuze hadden gemaakt?

Ja en nee. Ik weet dat sommige vrienden bijvoorbeeld heel graag zouden willen dat ik me nog laat inenten voordat er kinderen in onze levens komen. Doordat ik een aantal van die ziektes al heb gehad ben ik er wel resistent tegen, maar tegen een aantal ook niet. Ik heb op latere leeftijd ook een aantal prikken nog wel gehad, dat was mijn eigen keuze. Heel eerlijk gezegd heb ik er nooit zo bij stil gestaan omdat ik er nooit naar gevraagd heb.

vaccines 1

Hoe sta je nu tegenover de reguliere zorg?

Ik heb gewoon een huisarts en ga gewoon naar de dokter en slik een deel van de nodige medicatie. Ik ben wel zeer sceptisch over de manier waarop de wereld met medicijnen omgaat, zeker ook omdat farmaceutische bedrijven vaker dan eens onderzoeksresultaten hebben beïnvloed om hun medicijnen maar op de markt te krijgen. Ik ben een groot voorstander van de antroposofische zorg, en het werkt ook wel, maar ik laat het altijd controleren door een reguliere arts.

Hoe sta je tegenover de alternatieve zorg? Ben je sceptisch?

Dat hangt er heel erg vanaf hoe je het bekijkt. Geloof ik in steentjes die je genezen? Nee. Iemand zei ooit ‘The name for homeopatic medicine which has been proven to work is medicin’, en daar sta ik achter. Aan de andere kant is de alternatieve zorg ook heel druk bezig met niet overal maar medicatie overheen gooien. De manieren waarop wij in de wereld met medicijnen omgaan is heel absurd eigenlijk, en artsen schrijven veel te snel dingen voor die niet per se nodig zijn. Medicatie zou een redmiddel moeten zijn als er echt iets aan de knikker is, en niet gebruikt moeten worden voor gemakzucht.

Zou je je eigen kindjes wel laten vaccineren?

Ja dat zou ik, ik vind het niet mijn keuze maar een maatschappelijke keuze. Als je naar de Verenigde Staten kijkt zie je dat door alle anti-vaccers er weer problemen beginnen te ontstaan die allang verholpen zouden zijn als iedereen zijn kinderen in zou enten. Ik kan dit misschien nog wel voor mijn eigen kinderen bepalen, maar niet voor die van de buren of in de klassen van mijn kinderen. We enten in om epidemieën te voorkomen, dat is niet een keuze die je in je eentje kan maken, dat moet met de maatschappij. Als ik het daar niet mee eens ben dan heeft dat een plaatst in het maatschappelijk debat, maar niet ten koste van mijn kinderen en hun vriendjes.

Hebben je ouders andere genezers/behandelingen gebruikt om te compenseren voor de reguliere zorg die je miste?

Ik heb meer dan prima bij een antroposofische huisarts gezeten, die doen een beetje de middenweg. Voor de rest heb ik een normale huisarts. Ik slik gewoon zo min mogelijk medicatie tenzij ik er zelf een bewuste keuze voor maak. redpillbluepill transparant mini

 

* Niet zijn echte naam, wél zijn echte leeftijd

Over osteopathie, reguliere behandelingen en nog meer: “Er kan dan wel een bordje staan met ‘Rome’ erop, maar dat wil nog niet zeggen dat je er komt”

Binnen het kader van alternatieve geneeswijzen is osteopathie toch wel een van de meer geaccepteerde en onderbouwde varianten. Ralph van Lieshout (35) is eerst opgeleid als fysiotherapeut en is daarna osteopaat geworden; met een heldere blik, afgewogen complimenten en onverbloemd kritiek laat hij zich uit over zijn ervaringen in het vakgebied.

Osteopathie is een manuele therapie waarbij de beweeglijkheid van weefsels en structuren in het lichaam (o.a. gewrichten, botten en organen) wordt gestimuleerd. Er komen geen medicijnen of apparaten aan te pas: enkel de handen van de osteopaat doen het werk. In de behandelkamer waar ik Ralph spreek staat dan ook een behandeltafel, een replica van de wervelkolom en een kast met handdoeken, boeken en verschillende replica schedels erin. Zijn praktijk is licht, schoon en ruimtelijk: niet heel anders dan de gemiddelde reguliere doktersruimte. Ralph komt uit het Zeeuwse Axel, maar heeft nu al een aantal jaar een osteopathie praktijk in Zoetermeer. Met zijn collega en goede vriend Jeroen Kop runt hij de zaak.

“Wij weten precies wat we van elkaar kunnen verwachten en wat niet”, vertelt Ralph. Dat is soms wel eens anders; er zijn genoeg osteopaten die zich in een bepaald spectrum van de osteopathie begeven waar hij zich totaal niet in thuis voelt. De kadering van het vakgebied is dan ook iets wat hem soms wel frustreert. “De osteopathie heeft nog geen goede beroepsprofilering. Wat doe je nou wel en wat doe je nou niet? En wat is nou gewoon verboden? Dat zie je bij de fysiotherapie ook nog niet. Tegenwoordig zijn ze allemaal aan het dry needlen en weet ik veel wat”, zegt hij, “En er zijn collega-osteopaten die dan niet snappen waarom we niet regulier zijn. Nou, ik wel. Alles heeft zijn grenzen natuurlijk, ook je osteopatisch handelen. En dat heeft volgens mij niet zozeer te maken met iets wat je in je opleiding leert.”

Ralph 3

Ralph aan zijn bureau in de praktijk

In zijn werkveld ziet hij collega-osteopaten, die soms al veel langer in het vak bezig zijn dan hij, die handelingen uitvoeren die hij niet plausibel of zinnig vindt en waar hij daarom vaak niet eens aan denkt. “En je hebt misschien wel wat grijze gebieden, goed, maar die laten we dan in het midden. Op een gegeven moment ga je gewoon voor jezelf verder en oefen je je vak op jouw manier uit” vertelt hij.

Ralph heeft eerst fysiotherapie gestudeerd in Utrecht, maar wilde daarna nog niet stoppen met studeren. Daarom heeft hij nog één jaar, in het kader van gezondheidswetenschappen, fysiotherapiewetenschap gedaan aan de Universiteit van Utrecht. Tegen die tijd had hij gehoord van de osteopathie en was zijn interesse geprikkeld. Toen is hij in Gent, aan de International Academy of Osteopathie (I.A.O.), voltijd osteopathie gaan studeren. In 2007 studeerde hij af en is hij nog iets meer dan 4 jaar werkzaam geweest in een osteopatenpraktijk in Terneuzen, voor hij zijn eigen praktijk in Zoetermeer had opgestart.

Met de opleiding die het I.A.O. bood was hij tevreden. “De fysiotherapie heeft dezelfde professionaliteit qua opzet van opleiding, maar bij de osteopathie verwachten ze wel veel meer kennis. Van anatomie, van fysiologie, van neurologie. Een fysiotherapeut weet wat dat betreft de helft niet van wat een osteopaat wel weet. Dus qua lading en dosis moest je er meer tijd aan spenderen dan dat je aan bijvoorbeeld gezondheidswetenschappen moet doen. Want als je het wetenschappelijke deel goed kent, dan ben je wel ongeveer klaar. Bij de osteopathie moet je het uit je hoofd kennen, moet je het kunnen dromen. En waar je in Nederland bij 7 van de 10 vragen goed een 7 krijgt, zeggen ze bij de osteopathie ‘hoezo is die andere 30% niet belangrijk?’ en dat is heel goed. Dat is sowieso de Belgische mentaliteit qua scholing”, vertelt hij.

Bij de osteopaat kun je behandeld worden voor een breed scala aan verschillende klachten. Meestal zijn de klachten die behandeld worden chronisch, maar ook met acute problematiek kan gewerkt worden. De indicaties verschillen van rug- en/of nekpijn, migraine of whiplash tot buikpijn, slechte darmwerking en menstruatieproblematiek. Binnen de wetenschap is er nog geen hard bewijs voor de werking van osteopathie, maar volgens Ralph is het ook gewoon voor een groot deel logica: “Als ik hier iemand binnen krijg en die zegt ‘vanochtend ademde ik heel diep in en toen bleef dit steken’, ja, dan is dat gewoon een rib die geblokkeerd zit en dan kun je wel zeggen dat je eerst even een artikeltje op moet zoeken, maar dat is gewoon een kwestie van hup, los maken. En dat is geen wetenschap, dat is gewoon pure logica. Dat is hetzelfde als dat je zegt ‘ja ik heb jeuk aan mijn neus, ik krab en het gaat over’.”

Maar er zijn ook een boel dingen binnen de osteopathie die niet ‘gewoon logisch’ of evidence-based zijn. Ralph kan zich er persoonlijk bijvoorbeeld niet in vinden dat sommige osteopaten beweren hele kleine, fijne dingen te kunnen voelen in organen. Je kunt zeker wel dingen voelen, zoals verklevingen, spanningen bij het middenrif of dingen in de darm, maar echt niet alles. “Maar ik kan natuurlijk altijd alleen maar voor mezelf spreken en niet voor mijn collega’s”, voegt hij toe. Ook zijn er osteopaten die zich mengen in ziektebeelden waar Ralph zich liever niet mee bemoeit. ADHD bijvoorbeeld, of ziektebeelden die vaag of slecht te diagnosticeren zijn. “Mensen zijn bang voor de geitenwollensok, maar horen ook wel dat osteopathie echt werkt en merken dat we veel kennis en kunde hebben en dat wij het totaalplaatje zien. Dat is wel een sterkte.”

Evidence-based werken is ook niet de heilige graal, volgens Ralph. Het brengt namelijk veel beperkingen met zich mee. “De fysio verhaalt zich op evidence-based medicine. In principe heel goed om dat na te streven. Maar wat brengt dat ook? Een heleboel beperkingen. Beperkingen in denken, beperkingen in handelen; je beperkt jezelf. Plus een gemiddeld fysiotherapeut is ook helemaal niet capabel om goed onderzoeken van elkaar te scheiden, welke goed zijn en welke slecht. En dat proberen ze wel een beetje te doen. Dus waar komt het op neer: oefentherapie. Kun je je knie niet buigen? Tja, buigen maar. Het komt op een heel simplistisch model neer, want dat is dan wel evidence-based. En kom je met hoofdpijn of met rugpijn is het ‘hier een naproxen’, dan kun je wel overal met naproxennetjes gaan gooien. Dan kun je ze beter direct de wachtkamer al in gooien. En ja, dat is een pijnstiller, dat is evidence-based. Maar oorzakelijk gezien heeft dat weinig effect”, aldus Ralph.

Ralph 1

Ralph met mijn moeder als model

Het maakt hem verder niet uit dat zijn vakgebied het ‘alternatieve’ label draagt. Volgens hem vind je in de alternatieve tak en reguliere tak beide zin en onzin en goede behandelingen en slechte behandelingen. Het is dan ook een kunst om zelf uit te vogelen waar je als patiënt mee te maken hebt. Ralph: “Dat is heel lastig. En een referentie van iemand anders is ook nog niet per se iets waard. Ja, of je naar een goeie garage gaat of een slechte, daar moet je ook gewoon zelf bij zijn. En sommige mensen zijn gewoon een speelbal der maatschappij. Die komen bij die garage en die horen dat de carburateur, 6 bougies en 16 aandrijfriemen kapot zijn, terwijl er maar één aan zit. Ja, dokken maar.”

Als mensen bij hem komen die zich, in zijn ogen, laten bedonderen door behandelaars, zegt hij dat dan ook altijd gewoon. Maar uiteindelijk moeten mensen natuurlijk zelf weten wat ze willen. “Tsja. Voor ieder wat wils. Dat geldt voor de hele industrie en een boel onzinnige producten. Mensen lopen tegenwoordig in appjes te kijken of ze al moe worden. In het weekend naar de IKEA gaan vind ik ook belachelijk. Dan ben je ook knettergek. Maar ja. Het heeft ook allemaal zijn bestaansrecht. Onzinnige producten, onzinnige beweringen, onzinnige beloftes… Van mij mag je het schrappen maar je moet het niet verbieden. Als jij naar Jantje Smit wil luisteren ook prima, maar doe dat alsjeblieft op je eigen kamer.”

Ook kun je volgens Ralph bij geen enkele interventie zeggen ‘baat het niet dan schaad het niet’, want je doet altijd wel íets. “Je moet gewoon zelf nadenken met die cortex van je. Maar ja, dat is misschien ook makkelijk gezegd. Ik kan niet meer denken als leek. Ik heb op de basisschool heel lang gedacht dat als je de mens door midden sneed, het een soort leverworst was. Een soort gummy. Vrij simpel model. Nu weet ik meer, dus is je belevingswereld ook anders. En qua behandeling zijn er een miljoen wegen naar Rome. Maar ja. De een kan ontzettend lang duren en de andere kan toch leiden tot de afgrond. En dan kan er wel een bordje staan met ‘Rome’ erop, maar dat wil nog niet zeggen dat je er komt” aldus Ralph. redpillbluepill transparant mini

Homeopathie part 2: de voors “De gewone geneeskunde heeft niet altijd de ultieme oplossing”

Zoals in homeopathie part 1 al te lezen valt, is homeopathie voor sommige artsen een controversieel onderdeel van de (complementaire) geneeskunde. En waar er in part 1 vooral tegenargumenten worden genoemd, zal deze blogpost in het teken staan van de artsen die homeopathie in de praktijk toepassen. Om haar visie op de homeopathie toe te lichten vertelt arts voor integrale geneeskunde, gespecialiseerd in homeopathie Gio Meijer hoe zij op het spoor gekomen is van de homeopathie, haar praktijkervaringen en over het bewijs dat voor de werking van homeopathische geneesmiddelen bestaat. Mocht je eerst nog iets meer uitleg willen over wat homeopathie precies is, verwijs ik je graag door naar part 1.

In Gio’s praktijk in Amsterdam-West ontmoet ik haar. Het interieur is knus en professioneel. De ruimte doet dokterig aan. Haar muur in de spreekkamer wordt gesierd door een grote poster van het periodiek systeem, een hele wand aan boeken, een behandeltafel en een aantal tekeningen en schilderijtjes die jonge patiënten voor haar gemaakt hebben. Naast haar dagen in deze praktijkruimte behandelt ze ook patiënten in het Artsencentrum voor Integrale Geneeskunde (AIGA) in Amsterdam-Zuid, werkt ze één dag in de week samen met een huisarts en spendeert ze één dag aan andere activiteiten, zoals schrijven voor het Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde (TIG).

Gio heeft een reguliere opleiding geneeskunde gevolgd aan de Universiteit van Amsterdam en draagt, naast haar titel van homeopaat, dus ook de (beschermde) titel ‘arts’. Na haar opleiding heeft ze nog ongeveer 2,5 jaar gewerkt op de intensive care van het ziekenhuis op de afdeling neonatologie, maar omdat ze ook haar eigen praktijk was begonnen en haar interesse voor de homeopathie groeide, ging ze niet door met dit werk. Ze heeft een 3-jarige opleiding gevolgd tot homeopathisch arts en twee jaar later afgesloten met een Europees examen, waarbij er met regelmaat nog nascholingen en bijscholingen aan de orde zijn. Het onderscheid tussen arts en ‘genezer’ wilde ze wel even benadrukken: “Als je arts bent, heb je een universitaire opleiding van zeven jaar succesvol afgelegd, waarvan drie jaar praktijk in het ziekenhuis. Je hebt dan een bepaalde deskundigheid verworven, mag dan lichamelijk onderzoek doen, kunt dan diagnoses stellen en reguliere medicijnen voorschrijven. En dat stukje dat koester ik, dat vind ik heel belangrijk.” Het begrip ‘alternatieve genezer’ slaat op behandelaren die geen arts zijn.

Gio Meijer 1

Gio Meijer aan haar bureau

Wat artsen over de streep trekt om homeopathie te gaan uitoefenen, is volgens haar dat er gekeken wordt naar de hele mens en dat er mogelijkheden bestaan die met de reguliere geneeskunde niet bereikt worden. Bij haar heeft een college over homeopathie de interesse in deze vorm van geneeskunde getriggerd, waarna ze, puur uit nieuwsgierigheid, verder ging kijken.

In het begin was ze ook nog sceptisch over de homeopathie. Zelfs toen ze een middel probeerde bij menstruatieklachten – ze had al 15 jaar elke maand menstruatiepijnen – hield ze eerst nog veel pijn en dacht ze: ”Zie je wel, die homeopathie is helemaal niets. Het is een mooie theorie, maar het kan niet werken!“ Maar toen ze een ander middel nam heeft ze die klachten nooit meer gehad. Dat was voor haar een hele openbaring. Zo werkt reguliere medicatie niet en zo is ze serieus geïnteresseerd geraakt in de homeopathie.

In haar omgeving, toen ze werkzaam was in het Emma kinderziekenhuis tijdens haar coschappen, was haar ook al opgevallen dat er een relatie leek te zijn tussen huidaandoeningen en luchtwegklachten (astma en eczeem). Niemand kon haar daar een passende verklaring voor geven, maar het versterkte wel haar beeld van onderlinge verbanden in het lichaam. Binnen de homeopathie worden deze verbanden ook erkend en wordt daar goed gebruik van gemaakt. “De reguliere zorg is op het moment versnipperd. De neuroloog weet alles van het brein, de oncoloog alles van kankerbehandeling en de dermatoloog alles van de huid, maar er zijn eigenlijk maar weinig artsen die dat met elkaar kunnen verbinden, die zien dat er een relatie is tussen die verschillende dingen. En dat is eigenlijk wat je in ons vak wel ziet”, vertelt ze. “Er wordt wel gezegd dat fysieke klachten geen  psychische oorzaak kunnen hebben of dat emoties en lichaam niet bij elkaar horen, maar uit het feit dat mensen als ze een emotie zien of voelen, kunnen gaan huilen, blijkt toch dat ze met elkaar verbonden zijn”, gaat ze verder. “Er is bijvoorbeeld ook een placebo onderzoek gedaan waarbij mensen een hartoperatie kregen, of juist alleen maar een sneetje op de borst en geen hartoperatie, maar ze toch ook beter werden. De placebowerking is geweldig en werkt bij alle dokters en medicijnen even sterk, reguliere en niet reguliere.”

Wat haar in het reguliere werk frustreerde, was het feit dat je veel mensen niet verder kon helpen, zoals mensen met chronische aandoeningen of met onbegrepen klachten zoals nachtmerries bij kinderen. “Het fijne is dat je met homeopathie vaak wel verbetering kan bereiken bij deze mensen, doordat je het lichaam met het individueel uitgezochte geneesmiddel de juiste informatie geeft om zelf te herstellen, zover dat mogelijk is uiteraard. En dat vind ik prachtig. Dat is voor mij echt de reden geweest om de overstap te maken. Ik ben regulier opgeleid en ik vind de gewone geneeskunde een geweldige methode. Vooral voor acute zaken, zoals een hartinfarct, een heftige ontsteking, ernstige verwondingen, lastige botbreuken etc. Maar juist omdat ik de eed van Hippocrates heb afgelegd, doe ik dit werk. Mensen zoveel mogelijk proberen gezonder te maken met effectieve en veilige geneesmiddelen.”

Gio Meijer 7

Tekeningen van haar jonge patiënten

Waar ze wel erg blij van wordt, is de integrale methode. Integraal houdt in dat het beste van beide werelden, complementair en regulier, gecombineerd worden. In het artsencentrum waar ze één dag in de week werkt (AIGA) is dat integrale concept verwezenlijkt. “Het is eigenlijk onze droom om per persoon te kijken wat nou de meest zinvolle behandeling voor iemand is. Niemand heeft de hele waarheid. Homeopathie is geweldig, maar als je bijvoorbeeld kanker hebt, moet je eerst andere dingen doen. Maar je kunt dan met homeopathie wel heel mooi en respectvol iemand begeleiden tijdens  de behandeling met chemotherapie, bestraling of operatie, om de bijwerkingen te verminderen”,  vertelt ze. “Als je de patiënt centraal zet en kijkt wat iedereen kan toevoegen dan heb je echt meerwaarde door samen te werken. Dat is mijn missie.”

De integrale geneeskunde is voor Gio erg belangrijk, dus legt ze er nog iets meer over uit. Deze vorm van geneeskunde, die in de Verenigde Staten aan bijna zeventig universiteiten wordt toegepast onder de naam Integrative Medicine, is al terug te vinden bij de vader van de geneeskunde, de Griekse arts Hippocrates. Hij besprak in zijn geschriften over twee vormen van geneeskunde, namelijk methodes die de ziekte bestrijden en methodes die gezondheid bevorderen. Gio vertelt: “De kunst was en is om de juiste methode in te zetten op het juiste moment en bij de juiste persoon, om de gezondheid te bevorderen zover het mogelijk is en ziekte te bestrijden als het nodig is. Om gezondheid te bevorderen geven artsen tegenwoordig adviezen over leefstijl (voeding, beweging, ontspanning en zingeving) en in de Verenigde Staten noemen ze die tak van Integrative Medicine ook wel Lifestyle Medicine (zie bijvoorbeeld http://www.harvardlifestylemedicine.org/). In Nederland noemen wij het leefstijlgeneeskunde.

Hippocrates sprak in het kader van bevorderende middelen ook over het toedienen van medicijnen volgens de ‘similiaregel’. Het doel van deze methode is het zelf herstellend vermogen van de mens te stimuleren en daarmee gezondheid te bevorderen. Andere vormen van geneeskunde die vooral gezondheid bevorderen zijn bijvoorbeeld Traditional Chinese Medicine (TCM, waar acupunctuur een onderdeel van is), Ayurvedische geneeskunde (de Indiase traditionele geneeskunde), de westerse natuurgeneeskunde, antroposofische geneeskunde, maar ook technieken als Mindfulness, EMDR, muziektherapie, haptonomie etc.

De andere mogelijkheid beschreef Hippocrates als een methode waarbij de ziekte wordt bestreden met middelen die de klacht tegenwerken. Dit werd later de ‘contrariaregel’ genoemd. ‘Contraria’ betekent tegengesteld aan. De moderne westerse geneeskunde gebruikt vooral deze methode. Het ‘tegengestelde’ principe vinden we terug in de benamingen van de westerse geneesmiddelen, waarbij het woord ‘anti’, ‘remmers’ of ‘blokkers’ wordt gebruikt: antibiotica, antidepressiva, antihypertensiva, cholesterolremmers, bètablokkers etc.

Zoals gezegd hanteren artsen voor integrale geneeskunde beide methodes, waarbij samen met de patiënt een keuze wordt gemaakt uit de mogelijkheden die er bestaan. Daarbij wordt rekening gehouden met de wens van de patiënt, de ernst van de ziekte en de werkzaamheid én veiligheid van de methodes. Concluderend kunnen we stellen dat homeopathische geneeskunde anders werkt  dan reguliere geneeskunde en bijdraagt aan gezondheidsbevordering door middel van stimulering van het zelf herstellend vermogen. Homeopathische geneeskunde is effectief, veilig en kostenbesparend. Reguliere en homeopathische geneeskunde zijn beide onderdeel van integrale geneeskunde en vullen elkaar naadloos aan.”

Gio Meijer 5

Gio voor de poster van het periodiek systeem

Wat de wetenschap betreft, is de homeopathie in haar ogen al dubbel en dwars bewezen. Er is fundamenteel onderzoek dat het similia principe bewijst, bijvoorbeeld op celniveau (van Wijk en Wiegant, 1994)1 en er is veel natuurkundig onderzoek naar homeopathisch bereide geneesmiddelen  (o.a. met thermoluminescentie en andere reguliere meetmethoden) gedaan. Ze beroept zich voor onderzoek in de praktijk bij mensen op de meta-analyse van Kleijnen, Knipschild en Ter Riet, die in 1991 in het British Medical Journal verscheen. Dit onderzoek is uitgevoerd op verzoek van de Nederlandse overheid en gaf een positief resultaat op de homeopathie. De onderzoekers zeiden daarbij dat ze de werkzaamheid van homeopathie zouden accepteren, mits het werkingsmechanisme meer plausibel was. Dit doet een beetje denken aan het Bayesiaanse principe, wat in Homeopathie part 1 ook genoemd werd. Maar zelfs dit Bayesiaanse denken ondersteunt ook het bewijs vóór de werking van homeopathie. Een arts en wetenschapper die dat goed kan uitleggen, is Lex Rutten.

“Oordeel zelf maar. Er wordt nog heel erg biochemisch gedacht; dat er een stof nodig is om iets te laten werken. Het biochemische is één ding, maar het lichaam werkt ook op hele andere middelen en methoden. Zo is aangetoond dat ons lichaam ook reageert op informatie die via een elektromagnetisch veld, via licht, dus fotonen, wordt overgedragen. Dat is echt de volgende stap in ons denken over de werking van ons lichaam, denk ik. Maar je hebt altijd mensen die de wegbereiders zijn voor het grotere geheel en dat is een lastige positie om te hebben”, aldus Gio.

In 1997 werd er nog een ander artikel gepubliceerd, in The Lancet dit keer, waarbij epidemioloog Klaus Linde opnieuw tot de conclusie kwam dat de homeopathie niet volledig verklaard kon worden door het placebo-effect, waar je dus uit op kunt maken dat homeopathie wel werkt. Enkele jaren later, in 2005, werd er echter in hetzelfde tijdschrift een artikel geplaatst van Egger en Shang, waarin zij toegaven dat de kleine homeopathische onderzoeken beter van kwaliteit waren dan de reguliere onderzoeken, wat Egger – een fervent tegenstander van homeopathie – voordien betwijfelde en wat eigenlijk het onderwerp was van zijn onderzoek. Uiteindelijk kozen zij een nieuw onderwerp en zouden volgens ingewikkelde berekeningen ‘plots’ hebben aangetoond dat de effecten van de 110 reguliere onderzoeken beter zouden zijn dan de 110 homeopathische onderzoeken.

Volgens Gio is het onderzoek van Egger en Shang, dat door veel sceptici wordt aangehaald, niet representatief. Ze kaart aan dat Egger en Shang door middel van een wetenschappelijk ontoelaatbare selectie van onderzoeken hebben gezorgd dat de resultaten in de vergelijking voor homeopathie negatief waren ten opzichte van regulier. Ze hebben bijvoorbeeld maar 8 in plaats van de 110 onderzoeken met elkaar vergeleken, zonder te melden welke en waarom, waarbij ze er ook nog eens 4 goede homeopathische onderzoeken uitgehaald hadden en er 4 ‘sterke’ reguliere (over medicijnen die niet eens op de markt waren gekomen omdat ze te giftig bleken) aan hadden toegevoegd. Ook was het afkappunt voor het toelaten op 96 deelnemers gesteld om tot de gewenste resultaten te komen. Een uitgebreid artikel van Lüdtke en Rutten over deze kwestie is verschenen in een internationaal tijdschrift voor epidemiologie. De uiteindelijke conclusie uit deze onderzoeken is volgens Gio dan ook dat het bewijs voor homeopathie niet onderdoet voor dat van reguliere geneesmiddelen.

Een laatste interessante theorie die Gio noemde was het biologische verschijnsel hormesis, waar de onderzoeker Luckey in 1980 over schreef. “Hormesis is eigenlijk het effect dat een stof die in een hoge dosis schadelijk is, in ultra lage dosis een tegengesteld effect heeft. En dat is dus niet bij één stof zo, maar dat is een algemeen bekend fenomeen. Dus ook in de biologie en in allerlei takken van de reguliere geneeskunde. Het is dus niet alleen iets van de homeopathie. Dat is het leuke, tegenwoordig komen er steeds meer verklaringen uit allerlei andere wetenschappelijke velden die ook de homeopathie zullen gaan verklaren”, vertelt ze.

Wat andere feiten in het voordeel van de homeopathie zijn bijvoorbeeld dat homeopathie in Zwitserland op basis van wetenschappelijk onderzoek in het basispakket van de zorgverzekering zit, dat homeopathie in veel Europese landen (Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Italië) gewoon in het (academisch) ziekenhuis wordt toegepast, dat het in India de nummer 1 behandelwijze is en dat het in Brazilië echt een reguliere specialisatie is. Volgens Gio is de heersende consensus over de homeopathie hier onder artsen nogal negatief door de eenzijdige berichtgeving van de sceptici. Onder ‘de Nederlanders’ is het anders. Zij komen meestal naar een homeopathisch arts met  een hulpvraag of worden doorgestuurd door vrienden of een huisarts. Maar wat mensen er precies toe zet om de overstap te maken en te kiezen voor de homeopathie? Dat is niet op die manier aan de orde, volgens Gio: “Mensen kiezen niet voor óf óf. Het is niet zwart-wit. Mensen willen gewoon beter worden. Ze zoeken naar hulp bij de uitdagingen van het leven en hun genezingsproces in geval van ziekte.” redpillbluepill transparant mini

 

  1. Van Wijk R, Wiegant FAC, Cultured mammalian cells in homeopathic research-The similia principle in self-recovery (1994)

Het placebo-effect in de wetenschap

De positieve werking van alternatieve geneeswijzen wordt door sceptici vaak toegewezen aan het placebo-effect. Maar wat is het placebo-effect eigenlijk en waar staat het binnen de wetenschap?

Simpel gezegd ontstaat het placebo-effect door een verwachting. Die verwachting kan door een aantal factoren versterkt of afgezwakt worden, maar er valt eigenlijk nooit aan te ontkomen. Ieder menselijk contact brengt verwachtingen en reacties met zich mee, waar in dat opzicht ook allerlei placebo-effecten uit voort kunnen komen. Ook buiten de medische wereld is er dus sprake van placebo’s, hoewel het daar een andere naam kan dragen. In de economie spreken ze bijvoorbeeld van het Hawthorne-effect.

Vanaf het moment dat Henry Beecher in 1955 het artikel ‘The Powerful Placebo’ publiceerde, is het placebo-effect praktisch gezien als aanwezig en bewezen beschouwd. In dat artikel gaf Beecher een overzicht van 15 verschillende geneesmiddelenonderzoeken waarbij een placebogroep aan de orde was, en omschreef dat er bij gemiddeld 35% van de gevallen een positief en bevredigend resultaat volgde uit de placebobehandeling. Echter, in hoeverre het placebo-effect reikt en in hoeverre er rekening mee moet worden gehouden bij onderzoeken, is nog niet helemaal duidelijk.

Het placebo-effect kan optreden wanneer een patiënt wordt behandeld met een middel dat geen medicinale werkzaamheid heeft, maar hij daar zelf niet vanaf weet. Door de suggestie en de verwachting van het middel kan iemand zich dan beter gaan voelen. Dit effect is te versterken wanneer de behandelaar positief overkomt, (erg) veel aandacht voor de patiënt heeft en overtuigd is van de behandeling en het middel. Ook is er uit onderzoek naar voren gekomen dat mensen een sterker placebo-effect hebben bij duurdere en nieuwere middelen, omdat het suggereert dat ze beter zijn. Zelfs de kleur en vorm van de pilletjes maakt uit, daar oranje, gele en rode pillen als opwekkend werden ervaren en blauwe, groene en paarse pillen als kalmerend. Drama zou ten slotte ook erg helpen: nep-operaties en injecties geven een sterker effect dan een tabletje of drankje.

Hoewel een placebo dus ‘tussen je oren zit’, kan je lichaam daar wel degelijk op reageren en zijn klachten, of verbeteringen, daarom niet minder echt. Je geest is een sterk ding, en of het nou bewust of onbewust is: tot op zekere hoogte kun jij de processen in je lichaam sturen. Wanneer je je rot voelt maar je jezelf toch forceert om te lachen, gaat je lichaam meer dopaminen aanmaken waardoor je je ook daadwerkelijk beter gaat voelen. Wanneer vrouwen zich mentaal ontzettend bezig houden met een zwangerschap, kan het lichaam exact de verschijnselen van een zwangerschap gaan vertonen, op de baby na. Zelfs mensen die ervan overtuigd zijn dat ze een bepaalde ziekte hebben kunnen, fysiek, de verschijnselen van die ziekte gaan vertonen. Een negatieve verwachting (óók een placebo!) bestaat en ‘werkt’ dus ook.

placebo

In Nederland is een arts verplicht je te vertellen wat er in je medicijnen zit, als je daar naar vraagt. Hij of zij kán je dus een placebo voorschrijven, maar als je er naar vraagt zal de arts dat moeten toegeven. Het wordt tegenwoordig als onethisch gezien om, zonder goed onderbouwde reden, je patiënten placebo’s voor te schrijven. Dat is vermoedelijk wel eens anders geweest, toen er in de jaren ’50 en ‘60 standaard bij 30% van de patiënten een placebo werd voorgeschreven.

In de farmaceutische wereld heeft een middel pas een medicinale werking wanneer er rekening is gehouden met het placebo-effect en het middel het placebo-effect overstijgt. Daarnaast moet er rekening worden gehouden het natuurlijk verloop van een ziekte en (het statistische) regressie naar het gemiddelde. Het is niet heel simpel om überhaupt onderzoek te doen naar placebo’s, omdat iedereen die er vanaf weet invloed kan hebben op de uitkomst. Bij zo’n onderzoek kan er het best dubbel geblindeerd worden, wat inhoudt dat de arts die het middel voorschrijft, de arts die de werking beoordeelt en de patiënt alle drie niet weten welke behandeling nou placebo was en welke niet. Bij een enkelvoudig geblindeerd onderzoek weet de arts wel welke patiënt de placebo krijgt. Deze laatste arts kan dus, onbedoeld, minder overtuig(en)d overkomen op de patiënt en zo het onderzoek beïnvloeden.

Het is overigens ook erg lastig om bij zo’n geblindeerd en willekeurig onderzoek de placebo goed genoeg overeen te laten komen met het echte middel. Het uiterlijk maar ook de smaak van de medicijnen moet bijvoorbeeld overeen komen en soms zijn er bijwerkingen van het echte middel die moeilijk te missen zijn.

Relatief gezien is er nog vrij weinig onderzoek gedaan naar het placebo-effect en in hoeverre het effect daadwerkelijk kan ‘genezen’. Iets waar verder nog geen rekening mee wordt gehouden is dat er, tijdens het uitvoeren van een onderzoek, ook een placebo-effect kan optreden bij de onderzoekers zelf. Dit wordt vaak ontkent, maar er valt wel iets voor te zeggen. De negatieve sfeer die er hangt rond het begrip ‘placebo’ (nep, niet serieus genomen, gelogen) dringt natuurlijk ook door bij de onderzoekers. Ze zien hun eigen wetenschap of werkveld liever niet als een gebied waar ook placebo’s in werking zijn. redpillbluepill transparant mini

Cupping: een gevaarlijke trend?

Tijdens de Olympische Spelen in Rio was het opeens overal in het nieuws: cupping. De aanleiding daarvan lag bij de opvallende, ronde ‘zuigplekken’ op het lichaam van onder andere zwemheld Michael Phelps. De behandelwijze raakte in opspraak, want de werking ervan is helemaal niet bewezen en kan soms zelfs gevaarlijk zijn.

De techniek van cupping komt uit Oost-Azië en bestaat vermoedelijk al sinds 3000 jaar voor Christus. Het was ook al bekend onder de Egyptenaren en Grieken en stond in middeleeuws Nederland bekend onder de term ‘koppen plaatsen’, wat enigszins te scharen valt onder de middeleeuwse praktijk van het aderlaten. Dat zit ‘m in het feit dat er met cupping gepoogd wordt slechte lichaamsstoffen (‘toxinen’) uit te drijven. Ook wordt cupping wel eens vergeleken met acupunctuur, omdat beide technieken het vloeien van de levenskracht ‘chi’ aanhalen, behandelen op lichaamsmeridianen en de werking verklaren volgens de oude Chinese geneeskunde en filosofie.

cupping 2

Blauwe plekken na behandeling door cupping

Bij cupping worden kopjes gemaakt van plastic, glas of bamboe op de huid van de patiënt gezet en vervolgens vacuüm getrokken, waardoor de huid in het kopje trekt. Dit vacuüm wordt op traditionele wijze gecreëerd door een vlam in het kopje te houden waardoor de lucht warm wordt, zodat er een onderdruk in het kopje ontstaat wanneer het op de huid staat en de lucht in het kopje weer afkoelt. Tegenwoordig worden ook vaak simpele vacuümpompjes gebruikt, waardoor het verwarmen niet meer nodig is.

Naast deze vorm van cupping bestaat ook een iets extremere versie: wet cupping. Deze techniek is vooral populair onder de moslimgemeenschap, omdat de profeet Mohammed vol lof heeft geschreven over een soortgelijke behandeling. In de islamitische wereld wordt wet cupping ook wel hijama genoemd, wat ‘zuigen’ betekent in het Arabisch. Bij wet cupping worden er in de huid kleine sneetjes gemaakt met een naald, scheermesje of scalpel waardoor er bloed uit het lichaam wordt gezogen wanneer de kopjes er eenmaal op staan. Op deze manier zou er ‘oud’ bloed het lichaam uit komen, waardoor het lichaam gestimuleerd wordt nieuw bloed te maken, wat fijn zou zijn en kwalen zou verhelpen. Het nadeel aan deze techniek is dat er meer kans is om ziekten over te dragen, zoals Hepatitis B.

In mei 2015 was cupping ook in het nieuws, omdat de Tweede Kamer naar aanleiding van een onderzoek van NRC Handelsblad besloot cuppingpraktijken in de gaten te gaan houden. Dit ging, in het bijzonder, over wet cupping in Nederland. De techniek die op tientallen plaatsen werd uitgeoefend en steeds populairder werd onder Nederlandse moslims was namelijk in strijd met de wet. Volgens Wet BIG mogen alleen artsen en andere erkende medici sneden maken in het lichaam. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft uiteindelijk controles uitgevoerd en er is, door eisen vanuit de artsenfederatie KNMG en de Tweede Kamer, nader onderzoek gedaan.

cupping 5

Cupping bij een man

Bij wet cupping is er, naast de kans om Hepatitis B te krijgen via het bloed in de kopjes, ook kans op infectie. Bij de traditionele dry cupping waarbij gebruik wordt gemaakt van verwarming van de lucht bestaat er een kans op brandwonden. Wanneer dat voorkomt zijn het vaak lichte brandwonden, maar wanneer je je bijvoorbeeld een maand lang dagelijks laat behandelen op dezelfde plekken op je lichaam kan het ook heel fout uitpakken. Dit jaar nog is dat gebeurd bij de Chinese man Lin Lin, die er derdegraads brandwonden en een infectie aan over hield. (opgelet: afschrikwekkende foto na het klikken op die link)

Volgens de aanhangers van cupping kan de behandeling allerlei kwalen verhelpen: van het stoppen van hoofdpijn tot het genezen of voorkomen van kanker en het oplossen van onvruchtbaarheid. De Olympische atleten die er bij zweren beweren dat het vooral goed is voor hun spieren. Het zou de bloedsomloop versnellen en spierpijn tegengaan. Amerikaans turner Alex Naddour heeft zelfs gezegd dat zijn cupping behandelingen zijn beste investering ooit zijn en dat het zijn geheim is geweest om al die jaren zo gezond te blijven. Michael Phelps doet het ook niet voor het eerst, hij heeft grofweg een jaar geleden al een foto op zijn Instagram-account geplaatst waarbij te zien is hoe zijn benen behandeld worden met cupping. De, wederom, Amerikaanse zwemster Natalie Coughlin deed 8 maanden terug hetzelfde met cupping op haar borst en de zwemmer Pavel Sankovich uit Wit-Rusland plaatste 3 maanden terug een soortgelijke cupping-foto van zijn benen.

Uit een meta-analyse uitgevoerd in 2012 bleek dat de werking van cupping totaal niet was bewezen of ook maar enigszins plausibel was. Bij die analyse, waar 135 onderzoeken werden vergeleken en de uitkomsten naast elkaar werden gelegd, bleek enkel zeer zwak bewijs te zijn gevonden dat cupping “mogelijk kan helpen tegen klachten als acne of gezichtsverlamming, mits het gecombineerd wordt met andere behandelingen”. Ook zeiden de onderzoekers er bij dat niet alle onderzoeken even betrouwbaar waren.

cupping 3

Cupping door middel van warme lucht

Ondanks het gebrek aan bewijs en de gezondheidsrisico’s heeft cupping toch een hoop fans. Zelfs het Amerikaanse leger heeft acupuncturisten, die ook cupping uitoefenen, ingehuurd om PTSS te behandelen. Naast de Olympische atleten zijn er ook tal aan beroemdheden zoals Gwyneth Paltrow, Justin Bieber, Jennifer Aniston, Nicole Richie en Victoria Beckham gespot met cupping-plekken op hun lichaam. Die (zuig)plekken, niets meer dan kleine bloeduitstortingen of blauwe plekken, kunnen in principe geen kwaad, tenzij je het te vaak doet en steeds op dezelfde plekken op je lichaam.

Cupping kan voor sporters hetzelfde zijn als een geluksonderbroek dragen of een bepaalde smoothie drinken voor ze winnen. In zo’n geval kan het ondergaan van een cupping-behandeling zorgen voor een placebo-effect, waar ze niet mee durven te stoppen. Ten slotte kan ik me persoonlijk enigszins voorstellen dat cupping eenzelfde soort effect kan geven als een massage. Door op een bepaalde manier spanning van je spieren af te halen krijg je een prettig, ontspannen gevoel. Hier moet ik wel bij vermelden dat ik geen idee heb of het vacuüm ook bij die diepere spierlagen komt en dat ik nog nooit een cupping-behandeling heb ondergaan, so don’t take my word for it. redpillbluepill transparant mini

Homeopathie part 1: de tegens “Homeopathie helpt wel, maar werkt niet”

Een van de bekendste en meest controversiële vertakkingen van de alternatieve geneeskunde is waarschijnlijk wel de homeopathie. Voor dit onderwerp wil ik dan ook de tijd nemen en verdeel ik het daarom onder in twee blogposts: de voors en tegens. Vandaag het eerste deel: de tegenpartij! Als vertegenwoordiger van de tegenpartij komt Anthonius (Ton) de Boer aan het woord. Hij biedt met passie weerstand tegen de homeopathie en was tot voor kort hoofd van het departement farmaceutische wetenschappen aan de Universiteit Utrecht.

Om te beginnen even een korte uitleg van wat homeopathie precies is. De Duitse arts en chemicus Samuel Hahnemann wordt gezien als grondlegger, met de ideeën die hij in 1796 neerpende. Het belangrijkste daarvan is het Similia-principe (of: gelijksoortigheidsbeginsel), wat neerkomt op de uitspraak “similia similibus curentur” (“het gelijke wordt door het gelijkende genezen”). Dit houdt in dat in de homeopathie bepaalde stoffen worden gebruikt als geneesmiddel, die bij gezonde mensen juist een vergif zouden zijn. Het idee erachter is dat de stoffen die exact jouw ziekteverschijnselen zouden opwekken bij gezonde mensen, bij jou juist het medicijn zijn. Dit doet een beetje denken aan het principe van een vaccinatie, waarbij je een klein beetje ziekteverwekkers injecteert zodat het lichaam antistoffen aan gaat maken tegen deze ziekteverwekkers en zo sterker wordt. Hier moet wel bij gezegd worden dat die ziekteverwekkers en antistoffen biologisch gezien anders werken dan de stoffen waar homeopathische middelen uit voort komen.

Ton de Boer 1

Samuel Hahnemann

De homeopathica komen voort uit stoffen van plantaardige, minerale of dierlijke oorsprong en zijn zo behandeld dat ze homeopathisch geneesmiddel genoemd mogen worden. De voorwaarden hieraan zijn dat de middelen (op een bepaalde manier) verdund en geschud zijn, wat ook wel het ‘potentiëren’ wordt genoemd. We hebben het hier dan over extreme verdunningen, waar ook veel kritiek op wordt geleverd. De James Randi Educational Foundation heeft bijvoorbeeld al een aantal jaar lang het bedrag van 1 miljoen dollar staan als prijs voor degene die een hoog gepotentieërd homeopathisch middel weet te onderscheiden van water.

Daarnaast worden stoffen vaak zo ver verdund dat er statistisch gezien geen kans meer is dat er ook maar één molecuul aanwezig is van de oorspronkelijke stof. Vanaf een verdunning van ongeveer 12C (24D) wordt namelijk ‘de grens van Avogadro’ bereikt, wat wil zeggen dat er statistisch gezien hooguit één molecuul van de oorspronkelijke stof in de oplossing zit. Elke verdere D-verdunning vermindert de kans dat er een molecuul aanwezig is met 90% en elke C-verdunning zelfs met 99%. Aangezien de favoriete verdunning van Hahnemann 30C was, zijn veel homeopathica tot dat niveau verdund. De kans dat er in die middelen nog een molecuul aanwezig is, is nog maar 10−26. Homeopaten beweren echter dat het oplosmiddel bij het potentiëren de eigenschappen van de oorspronkelijke stof overneemt en juist sterker kan gaan werken, waarbij moleculen helemaal niet noodzakelijk zijn.

Ton de Boer 4

Oud, homeopathisch middel Rhus toxicodendron, met haar oorsprong in de plant gifsumak

Op acupunctuur na zijn er binnen het veld van de alternatieve geneeswijzen de meeste wetenschappelijke onderzoeken uitgevoerd op de homeopathie. Toch zijn, volgens Ton de Boer, niet al die onderzoeken representatief. “Zelfs als er al studies zijn die goed zijn uitgevoerd en ook een positief resultaat laten zien, want die zijn er ook, verwerp ik die. Dat zit ‘m in twee dingen: eigenlijk ben je vaak twee placebo’s met elkaar aan het vergelijken, om het zo maar even te zeggen, omdat homeopathie vaak ook een soort placebo is. En de hele statistiek daarachter en of iets is aangetoond, gaat natuurlijk om kansberekening”, legt hij uit. “Waarschijnlijk heb je wel eens gehoord van ‘statistisch significant’ en dat we een foutenmarge van 5% accepteren en dat als je 100 keer een studie doet waarbij je écht twee placebo’s met elkaar vergelijkt (en waar dus eigenlijk niets uit zou moeten komen) je bij 5% een statistisch significant verschil zult vinden. En dat hoort zo, dat komt gewoon door toeval. Maar dat wil niet zeggen dat iets is aangetoond. Dus als je een homeopathisch middel tegenover een placebo zet en er komt een 5% statistisch significant verschil uit, zegt dat nog niets”, aldus Ton.

“Het andere is het Bayesiaanse denken. Waar dat om gaat is dat je een vooraf-kans hebt dat iets waar kan zijn. Nou, bij de homeopathie slaat de gedachte erachter, waarom het zou werken, helemaal nergens op. Er zou dan een afdruk van de stoffen achter blijven in het water. Nou, als je natuurwetenschappelijk bent opgeleid weet je dat dat dermate onwaarschijnlijk is dat de kans dat dat zou werken, ik noem maar iets, één op de miljoen zou zijn. Dat is dus uitermate klein. Dan ga je een studie doen en er statistiek op toepassen, en stel dat je dan een statistisch significant verschil vindt waarbij we zouden zeggen dat iets aan is getoond, dan ga je bij het Bayesiaanse denken die kans van één op de miljoen een klein beetje aanpassen omdat de nieuwe test het iets waarschijnlijker heeft gemaakt. Dan blijft er hierbij alsnog een kans over die uitermate klein is, dus geloven we het nog steeds niet”, vertelt hij.

Ton de Boer 3

Oud, homeopathisch middel Hepar Sulph

Onderzoeken moeten eigenlijk ook meerdere keren laten zien dat iets werkt en moeten dus ook meerdere keren uitgevoerd worden, wat vrij duur is. Bij verschillende indicaties en in verschillende situaties moeten die dingen aangetoond worden en bij voorkeur met een mechanisme dat we snappen. Naast de studies die wél goed zijn uitgevoerd stikt het ook van de studies die dat niet zijn; die te weinig mensen hebben gebruikt bij het onderzoek en bijvoorbeeld niet goed geblindeerd zijn.

Na al die statistische argumenten komt nu natuurlijk wel de vraag naar boven waarom zo veel mensen dan alsnog in de homeopathie geloven. Volgens Ton ligt dit onder andere aan het natuurlijke beloop van een aandoening en hoe daarop wordt ingespeeld: “Mensen die naar alternatieve genezerikken gaan zijn meestal mensen met chronische klachten die gestart zijn in het reguliere circuit, bij de huisarts of specialist, en vinden dat dat onvoldoende helpt. Of het zijn mensen die zijn uitbehandeld en waarbij het reguliere circuit niets meer voor ze kan doen. Wanneer mensen dan naar een alternatieve genezerik gaan is dat meestal op het hoogtepunt van die klacht, wat logisch is. En wanneer iemand op het hoogtepunt van een chronische klacht naar je toe komt, weet je dat het gemiddeld gezien na een paar weken weer beter gaat. Dat noemen we het natuurlijk beloop.”

Ton de Boer 2

Modernere homeopathica

Verder is het placebo-effect veelal van toepassing binnen de homeopathie, volgens Ton. “Alternatieve genezerikken kijken vaak niet alleen naar de klacht, maar naar de totale patiënt. Ze hebben vaak erg veel aandacht voor de patiënt en dat, in combinatie met iets voorschrijven, kan tot een placebo-effect leiden. Puur door die sterke suggestie gaan mensen zich dan beter voelen. Dat werkt natuurlijk ook in het voordeel van zo’n alternatieve genezer”, vertelt hij. Waar het volgens hem om draait is dan ook dat een werkzaam middel méér doet dan een placebo. “Dit verklaart dus waarom patiënten en zelfs artsen, die goed opgeleid zijn, het idee hebben dat het middel werkzaam is. En wanneer een patiënt zegt dat het beter met hem gaat en dat een behandeling geholpen heeft moet je dat ook nooit ontkennen, maar wel zeggen dat het niet aan het middel lag. Homeopathie helpt wel, maar werkt niet”, besluit hij.

Dat placebo-effect kan geen kwaad, maar de overtuiging van een genezer moet wel binnen de perken blijven. Bij gezondheidsclaims die ronduit absurd zijn en daarmee de patiënt van noodzakelijke zorg af houden gaat het te ver. Dan kan het ook heel erg mis gaan: kijk maar naar de patiënten van Klaus Ross. Verder is het ook niet waar dat homeopathische middelen risicovrij zijn. Ze mogen dan wel geen aangetoonde werking hebben, maar ze kunnen wel bijwerkingen hebben en kunnen ook interactie geven met andere geneesmiddelen (als je een homeopathisch middel treft waar wel moleculen in zitten). “Het is onzin, het is kwakzalverij, het is misleiding van mensen, er wordt veel geld aan verdiend en het moet worden bestreden”, concludeert Ton. redpillbluepill transparant mini

De acupuncturist: “Het principe van ‘hier zit de pijn, dus daar moeten we wezen’ hoeft helemaal niet”

Volgens de infographic die ik hier eerder geplaatst heb is het de populairste alternatieve geneeswijze: acupunctuur. Ik ben op bezoek geweest bij Bas van Dijk (48), in zijn praktijk in het Utrechtse Leidsche Rijn, om met hem te praten over acupunctuur en het label ‘alternatief’.

Acupunctuur bestaat al zo’n 2500 jaar en grijpt terug op de Chinese geneeskunde, die nauw verbonden is met de Chinese filosofie. Door middel van het steken van dunne acupunctuurnaalden in acupunctuurpunten, gelegen op verschillende energiebanen, kun je kwalen verhelpen. Om het even heel kort samen te vatten, bevindt de basis van ziekte en gezondheid zich, volgens de traditionele Chinese geneeskunde, in de levensenergie. Deze levensenergie (ook wel chi genoemd) stroomt door 12 meridianen (met vertakkingen) naar alles in je lichaam toe. Daarnaast zijn er 8 extra meridianen die een reserve-functie vervullen, voor het opslaan van extra chi. Al deze meridianen zitten aan de rechter- én linkerzijde van je lichaam.

Bas van Dijk 2

Bas van Dijk die de dikke darm baan aanwijst

Binnen de traditionele Chinese geneeskunde worden er ook vaak kruiden betrokken bij de acupunctuur. “Maar dat doe ik niet hoor, dat word voor mij te veel en ook een beetje te vaag”, vertelt Bas van Dijk. Hij is een vrij westerse acupuncturist, wat je ook terug ziet in het interieur van zijn praktijk. De wachtkamer doet denken aan de gemiddelde wachtkamer van een tandarts of huisarts en in de lichte, ruimtelijke behandelkamer zelf staan ook geen rare potjes of pannetjes. Hij heeft zijn praktijk al een jaar of 7 en is ongeveer 15 jaar actief bezig met acupunctuur. Naast Leidsche Rijn heeft hij ook in Utrecht-Oost en Amersfoort een werkplek.

Bas is gestart in de ‘reguliere’ wereld. Hij heeft fysiotherapie gestudeerd in Utrecht, is daarna ook een aantal jaar werkzaam geweest als fysiotherapeut en heeft later zijn interesse voor acupunctuur pas ontdekt. “Ik was op vakantie in Portugal en ik dacht opeens: ‘is dit het nou?’. Ik had al manuele therapie gedaan en les gegeven en ik vroeg me af of het daar bij zou blijven, als fysiotherapeut. Maar toen dacht ik aan acupunctuur en dat leek me heel interessant”, aldus Bas. In eerste instantie wilde hij gewoon zijn eigen interesse naar acupunctuur voeden; hij had nog helemaal niet besloten dat hij mensen daar ook daadwerkelijk mee zou gaan behandelen. Bij de opleiding in Overveen (nabij Haarlem) kon hij direct terecht en de opleiding beviel enorm. Hij dook compleet in de studie en had nog niet eerder iets gevonden dat hij zó leuk vond, dus hij ging er mee door.

Binnen de fysiotherapie is er ondertussen ook een soort veredelde vorm van acupunctuur in het gebruik geraakt: dry needling. Het ‘droge’ houdt in dat de naalden niet hol zijn en er dus geen vloeistoffen het lichaam uit of in gaan. Het lijkt op elkaar, maar bij dry needling prik je specifiek op een bepaald punt in een spier en bij acupunctuur niet. Dry needling werkt vaak goed bij acute klachten, omdat spieren waar je last van hebt door het prikken aanspannen en vervolgens weer kunnen ontspannen.

In de acupunctuur zie je toch vaker mensen met chronische klachten of pijn waar ze al langer mee lopen. Misschien is dat omdat het even duurt voor ze acupunctuur überhaupt overwegen. “De fysiotherapeut is vrij laagdrempelig. Daar ga je zo een paar keer heen met acute klachten en dat is geen vraag. Ik zie dus weinig acute klachten, wat ik best jammer vind soms. Want ook met acupunctuur kun je daarmee interfereren. Ik zie wel fysiotherapie klachten, van het houdings- en bewegingsapparaat, rugklachten, schouderklachten, dat soort dingen, maar pas als het al wat langer bestaat”, legt Bas uit.

Wat mensen over de streep trekt om het te proberen is volgens hem het feit dat er weinig mis kan gaan, dat het relatief goedkoop is, dat het vergoed wordt en dat het gewoon werkt. “Je slikt geen medicijnen, het heeft geen negatieve bijwerkingen en het brengt geen schade toe. Wat je fout zou kunnen doen, als je echt heel stom bezig bent, is als je een lange naald bij de ribben of rug te ver naar binnen duwt en zo een long raakt. Maar verder is het heel veilig. Ja, je kan een blauwe plek krijgen…”, vertelt hij. Vanuit zijn beroepsorganisatie, de Nederlandse Vereniging voor Acupunctuur (NVA), wordt zijn werk door een hoop zorgverzekeraars vergoed. Ook zijn behandelingen niet langdurig; binnen een paar behandelingen moet er toch echt vooruitgang zichtbaar zijn en iemand komt in de regel nooit meer dan tien keer.

Het vergoeden van alternatieve behandelingen is volgens hem ook wel doorslaggevend voor mensen. Het is voordelig en wekt vertrouwen op, terwijl het voor de verzekeraars eigenlijk niets uit maakt. “Het is gewoon handel. Voor de verzekeraars kost acupunctuur niet zo heel veel geld. Als je het allemaal op maakt, tja, dan ben je 300 euro kwijt ofzo. Nou ja, als je dat vergelijkt met andere dingen… Dus dat bieden ze maar gewoon aan. Het is gewoon concurreren. Een verzekeraar maakt het echt niet uit of jij naar de acupuncturist of naar de homeopaat gaat of wat precies je klacht is, dat gaat om geld”, weidt hij uit.

Bas van Dijk 1

Bas van Dijk in zijn praktijk

Vanuit zijn tijd in het reguliere circuit kan hij plaatsen dat hij nu, als acupuncturist, meer tijd voor zijn patiënten heeft. Het vraaggesprek duurt langer, je kijkt naar de hele mens en je bent individueel bezig. Waar een huisarts iedereen met migraine hetzelfde pilletje geeft, wordt hier gekeken naar andere factoren die ook mee kunnen spelen en wordt de behandeling zo aangepast op de persoon. “Als mensen hier komen wil ik altijd wel de hulpvraag gedefinieerd hebben, want daar gaat het natuurlijk om. Of je nou fysio of wat dan ook bent. En het voordeel, in vergelijking met een huisarts zeker, is dat je gewoon de tijd hebt. Dat zou ook best een placebo-effect kunnen zijn, maar dat vind ik niet zo erg”, vertelt hij. Het belangrijkste is voor hem gewoon dat de behandeling werkt en dat de patiënten blij weer weg gaan. “En natuurlijk zitten er in het lichaam overal relaties. Dat geloof ik inmiddels wel en dat is voor mij niet vaag. Het westerse principe van ‘hier zit de pijn, dus daar moeten we wezen’, hoeft helemaal niet”, aldus Bas.

Ook is er voor acupunctuur binnen de alternatieve wereld relatief veel bewijs dat het werkt. In 1979 heeft de World Health Organization (WHO) al een lijst met aandoeningen samengesteld waarbij het gebruik van acupunctuur zinvol zou zijn en heeft een ander WHO-rapport een aantal wetenschappelijke publicaties vermeld waarin de effectieve acupunctuur behandelingen worden onderbouwd. Dit maakt volgens Bas ook wel uit voor mensen: “Ik was fysiotherapeut en toen, opeens, was ik ‘alternatief’. En dan opeens gaan mensen vragen stellen. Ik hoef mensen niet te overtuigen, maar in de fysio krijg je nooit vragen.” redpillbluepill transparant mini

Krachtige kruiden: “Drink je koffie? ‘Ja.’ Word je er wakker van? ‘Ja.’ Nou dan.”

Toen ik op Castlefest was heb ik niet alleen gepraat over reiki, maar heb ik ook een erg interessant gesprek gehad met Petra (42) van Atelier Cherubijn. Ze stond daar met een kraampje vol kruiden, harsen, wierook, handgemaakte zepen en thee en wist haar visie op genuanceerde maar krachtige wijze te verwoorden. Bij haar kraampje zaten mensen op een bankje met haar te kletsen die daar al uren waren, met een kopje thee in de hand. Het duurde bij mij dan ook niet heel lang voor ik me op mijn gemak voelde en met hen mee dronk.

Petra staat al met een kraampje op Castlefest sinds de eerste editie in 2005. Ze is er een paar jaar tussenuit geweest toen haar vader ziek werd in 2013 en was dit jaar voor het eerst weer terug aanwezig. Ze verzamelt al ruim 30 jaar boomharsen; wat begon als een collectie, is uitgegroeid tot een winkeltje. De harsen zijn volgens haar geneeskrachtig, omdat de boom ze ook aanmaakt om zich te beschermen tegen bacteriën, virussen en vraat. Op jonge leeftijd was ze al geïnteresseerd in de planten om haar heen. Ze las boeken over kruiden en is later imker geworden, wat er voor zorgde dat ze nog meer ging letten op wat er om haar heen groeide. “Als imker ga je heel anders naar je omgeving kijken, omdat je gaat letten op drachtplanten. Je gaat je bewust worden van de bomen die om je heen staan, het soort bloesem dat die dragen, je gaat kijken naar allerlei andere dingen die in het veld en in de berm staan en je krijgt een hele andere blik op kruiden”, vertelt ze.

cherubijn5

Petra’s kraam op Castlefest

Met de verkoop van haar theeën is ze begonnen naar aanleiding van haar eigen gebruik. Ze had last van haar maag door het gebruik van medicatie en heeft toen, voor zichzelf, een kruidenmelange gemaakt die nu in haar kraam te koop staat onder de naam ‘Jummy Tummy’. In die thee zitten allerlei kruiden die goed zijn voor je maag: kamille (kalmerend en krampwerend), pepermunt (verzachtend voor de slijmvliezen en neutraliserend voor het zuur), venkelzaad (tegen misselijkheid) en zoethout (zorgt voor een beschermend laagje langs je maagwand). Dat is, volgens Petra, allemaal teruggrijpend op de oude, West-Europese kruidenleer. En hoewel de boeken hier voornamelijk over dit deel van de wereld schrijven, gebruikt Petra ook kruiden en harsen uit Australië, Azië en de Amerika’s.

cherubijn6

Verschillende buisjes met natuurlijke producten uit haar kraam

“De ene interesse lokte eigenlijk de andere interesse uit. En op een gegeven moment merkte ik toch wel dat er ook een soort cohesie in zat”, vertelt ze. Met haar kruiden probeert ze nu te doen wat jaren lang ook haar beroep was: mentor zijn. Ze heeft, naar eigen zeggen, een ‘docentenziel’. Wanneer mensen aan haar kraam komen kan ze goed uitleggen, maar ook goed luisteren en vragen stellen. Reguliere artsen doen dat minder. “Als mensen naar een dokter gaan, vertellen ze hun klacht. Maar er zijn allerlei dingen die aanwijzingen kunnen geven en die mensen vergeten te vertellen, waar moderne doctoren ook niet naar vragen”, weidt ze uit. Als opleiding heeft ze kunstacademie met eerstegraads docentschap gecombineerd, waarna ze tekendocent werd op de middelbare school. Toen haar ziekte doorbrak, ging dat niet meer.

cherubijn8

Petra in haar kraam op Castlefest

Ook die ziekte heeft op een bepaalde manier wel invloed gehad op Petra’s kijk op de reguliere geneeswereld. Toen ze 12 was, kreeg ze de ziekte van Lyme. De laatste jaren gaat het steeds minder goed met haar gezondheid en is ze in feite aan het invalideren. Toen ze de ziekte kreeg, was het in Nederland nog amper bekend wat Lyme nou eigenlijk was of hoe je daar als dokter mee om moest gaan. Ze heeft dus ook nooit de juiste medicatie gehad. Ondertussen is de Lyme al zo ver gevorderd bij haar, dat haar behandeling nu zo’n 90 000 dollar zou kosten. Ze heeft altijd het gevoel gehad dat ze tussen wal en schip zat met haar ziekte, omdat het van de diagnose tot de behandeling aan toe nooit goed is benaderd door reguliere artsen.

Het was voor haar ontzettend frustrerend dat niemand haar kon helpen met haar ziekte. Ze mocht geen reguliere antibiotica en is toen gaan grijpen naar de natuurlijke antibiotica, in de vorm van verschillende kruiden. Samento werkt bijvoorbeeld erg goed tegen de Borrelia-bacterie. Tegenwoordig is haar huisarts ervan op de hoogte dat ze natuurlijke middelen gebruikt en keurt die het goed. “Bij de ziekte van Lyme kun je een heel eind komen met natuurlijke antibiotica, maar op den duur moet je toch de overstap maken naar regulier. Als je been gebroken is moet je die eerst ook goed laten zetten in het ziekenhuis, maar daarna kun je kruidenthee drinken om het sneller te laten genezen. En ik ben er dol op dat steeds meer huisartsen zich interesseren in de natuurgeneeskunde, ik ben dol op de combinatie”, vertelt ze. Dit doet een beetje denken aan de integrale visie binnen de alternatieve geneeskunde.

cherubijn1

Buisjes met kruiden en harsen

“Je kunt niet van reguliere huisartsen verlangen dat ze zich op iedere kwaal storten. Maar als ze wel open staan voor alternatieve middelen en er in mee willen kijken, dan vind ik dat fantastisch. En dan zou je dus ook een heleboel natuurgeneeskundigen goed kunnen combineren met huisartsenpraktijken. Ik hoop dat daar in de toekomst nog meer mee gaat gebeuren”, vult ze aan. “Maar je kan natuurgeneeskunde ook niet opdringen natuurlijk. Mensen die helemaal gefocust zijn op alleen dat natuurlijke behandelen gaan zich vaak heel erg bemoeien met iemand die ziek is, wat heel kwetsend kan zijn. Alsof je kanker ineens weg is als je magnesium inneemt. Terwijl je tegelijkertijd ook kunt zeggen van, ja, chemokuur. Ja, het is heftig. Maar de aandoening is ook heftig. En soms moet je giften met giften bestrijden. Het punt is, je moet je gewoon niet blindstaren. Niet regulier maar ook niet alternatief”, concludeert ze.

De alternatieve uitspraken in de zin van ‘als je iets maar hard genoeg wenst, dan komt het uit’ zijn voor Petra dan ook erg kort door de bocht. Zo genees je niemand. Het kan zelfs erg denigrerend zijn om te horen als je ziek bent. “Het is heel vaak de klok horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt. En ja, als je iets heel graag wilt en je je er voor inzet en er achteraan gaat, dan kan dat ook lukken. Kijk, als jij chirurg wilt worden kun je wel heel hard gaan zitten hopen dat je chirurg wordt, maar gebeurt dat dan? Of ga je er een baantje bij nemen zodat je je studie kunt bekostigen en ga je hard studeren en ga je er keihard achteraan? Zo is het met ziekte en genezing ook. Als het niet goed met jou gaat en je gaat maar wachten tot iemand jou geneest, dat ga je in een hele passieve houding zitten. En dat schiet ook niet op. Probeer gewoon je gezonde verstand te gebruiken en probeer uit te zoeken wat jou goed doet. Luister naar je lichaam, want je weet zelf eigenlijk al heel goed waar je lijf niet tegen kan. En eet gewoon normaal” aldus Petra.

cherubijn3

Potjes met harsproducten

Volgens haar zijn we ook niet meer zo gewend om alert te zijn en te luisteren naar wat ons lijf ons aangeeft. We kijken veel te vaak naar voedingstrends om ons te vertellen wat we moeten doen (gluten zijn slecht voor je, superfoods zijn goed, dat soort dingen), in plaats van naar onze eigen natuurlijke behoeften. “Als je iets proeft, geeft je lijf wel aan wat je wilt. En als je hard bent wezen zwemmen en het is zomer en je hebt gezweet, wat is een patatje met dan lekker. Is dat dan slecht voor je? Vettigheid, zout, zetmeel? Nee. Je lijf schreeuwt er dan om. Probeer gewoon open te staan voor wat je nodig hebt”, adviseert ze.

Wat volgens Petra ook een significant punt is waarom kruidenmelanges en natuurproducten soms beter werken dan een regulier pilletje, is de synergie tussen de verschillende bestanddelen. “Ik zal aspirine nemen als voorbeeld. De wilg staat al heel lang bekend als pijnstillend en koortsverlagend; wilgenbast en wilgenblad werden daar voor gebruikt. Men is dat gaan onderzoeken en daaruit bleek dat het werkzame bestanddeel daarin die aspirine was. En dat stofje konden ze ook op een andere manier gaan produceren, dus nu kun je aspirinetabletten innemen tegen de pijn. Maar, men komt er nu gelukkig weer steeds meer achter dat als je zo’n stofje isoleert en gebruikt, het vanuit de plant niet alleen dat ene stofje is dat werkt. Daar zitten allerlei andere stofjes bij, hulpstofjes, die niet direct een aantoonbare werking hebben maar die in het geheel wel degelijk een functie hebben. En die er vervolgens voor zorgen dat het bijvoorbeeld minder zwaar op je maag is, dat je het beter kunt verdragen, dat je er minder huiduitslag van krijgt, allemaal dat soort dingen. Dus die samenwerking is groter dan de som der delen. En ik vind het zo jammer dat mensen zich zo blindstaren op die details en het grote geheel niet meer zien”, vertelt ze. Daarnaast kunnen reguliere medicijnen vaak zelf ook al nare bijwerkingen hebben of nieuwe klachten opwekken, wat bij natuurproducten minder is.

cherubijn4

Een inkijkexemplaar boekje over fytotherapie in de kraam van Petra

Wanneer mensen sceptisch bij haar kraam staan noemt ze altijd twee simpele voorbeelden: “Drink je koffie? ‘Ja.’ Word je er wakker van? ‘Ja.’ Nou dan? Als je cannabis gebruikt heeft dat toch een invloed op je? Het zijn allemaal kruiden”, zegt ze. Sint Janskruid kennen veel mensen ook wel, dat kruid staat ook wel eens vermeld in bijsluiters van reguliere medicijnen. Het is heel sterk en, hoewel het op zichzelf goed tegen depressie werkt, kan het de werking van reguliere antidepressiva juist verstoren. Dat is oppassen, dus Petra gebruikt het nooit in een van haar standaard melanges.

cherubijn7

Petra met haar hand bij de potjes thee

Wat volgens haar het verschil maakt voor mensen om iets te proberen, is simpelweg gebruiksgemak. “Want een pilletje is ‘plop’, een theezakje van Pickwick hang je er zo in en losse thee is opeens ingewikkeld. Totdat ik hier die theezakjes er bij aanbied waar je de losse thee zo in kunt doen, dan zien mensen opeens hoe makkelijk het is. De moderne mens is ongelofelijk gemakzuchtig geworden. En ik ben er ook van overtuigd dat de meeste mensen geen fruit of groente eten omdat ze niet voorverpakt of voorbewerkt zijn. Want knijpfruit gaat dan opeens weer wel. Gebruiksgemak. En dat iets snel snel snel kan. En dat je er niet vies van wordt, want god, je zou toch maar ergens een keer vies van worden.” redpillbluepill transparant mini

Een column over aandacht

Als je de about op dit blog hebt gelezen weet je het al: ik heb een chronisch tekort aan tijd. En dat uit zich niet alleen in een bijzondere hoeveelheid stress, de dagelijkse coffee to go of mijn permanente lange termijn to-do lijst; het uit zich ook in een gebrek aan aandacht. En dat is zonde. Even de tijd nemen om eens goed te genieten van een mooie lucht of om een praatje te maken met een vreemde bij de bushalte zit er vaak niet in. En misschien ligt het aan mij, maar ik heb het gevoel dat meer mensen dit ervaren. We leven in een stroomversnelling, in een tijd waarin de technologie onze sociale capaciteiten bijna heeft overstegen.

We zijn altijd en overal bereikbaar. Met smartphones ben je sneller geneigd die werk gerelateerde mail toch nog maar te lezen vlak voor je naar bed gaat, is de informatietoevoer via sociale media oneindig en altijd aanwezig en sta jij, als persoon, nooit meer ‘uit’, maar altijd op ‘stand-by’. Stiekem is dat vermoeiender dan je zou denken. Je eigen grenzen bewaken en die mail nog even laten wachten is lastig.

In zo’n volgeplande wereld is het fijn als iemand even de tijd voor je neemt. Als iemand de moeite doet om jou, voor zover dat mogelijk is, eventjes helemaal in zich op te nemen. Kortom: als iemand je aandacht geeft. En daar schort het nog wel eens aan in de reguliere zorg. Hoe vaak komt het niet voor dat een huisarts je na het 10 minuutjes durende consult de deur al uit gooit met een pijnstillertje voor dit of een antibioticum voor dat? Alle kwaaltjes worden an sich bekeken en behandeld, terwijl het grote plaatje (jij als persoon!) wordt vergeten.

Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom ons reguliere zorgstelsel hier soms te kort in schiet. Hoge werkdruk onder artsen en verplegers, bezuinigingen in de zorgsector, de eerdergenoemde maatschappelijke haastmentaliteit, noem het maar op. Hoe dan ook denk ik wel dat een van de grootste aantrekkingskrachten naar de alternatieve zorg ligt bij de holistische benadering. Er wordt vaker gekeken naar het totaalplaatje. Naar wie jij bent, hoe je leeft, wat je eet, of je genoeg slaapt en wat je levensdromen of frustraties zijn. Die aandacht heeft op zichzelf al een heilzame werking.

Ik wil niets uitsluiten, maar misschien was het vroeger niet zozeer de reikibehandeling van mijn moeder die me hielp, maar meer de bijkomstigheid. Gewoon, de aandacht en de aanraking. Die hand op je schouder of op je zere knie. Eventjes stilstaan en tot rust komen, even een pas op de plaats. Die kunnen we nu misschien ook wel weer gebruiken.redpillbluepill transparant mini