Tot nu toe: regeltjes en richtlijnen

Om dit blog van iets meer context te voorzien en om haar in perspectief te plaatsen kun je hier wat achtergrondinformatie vinden. In deze post ga ik dieper in op de kennis die we tot nu toe hebben over de alternatieve tak van de geneeskunde, in de hoop dat dat mijn toekomstige blogposts ten gunste zal komen. Het wordt een vogelvlucht over het onderwerp, waarbij ik verschillende aspecten uit- en toe zal lichten.

Om te beginnen is het waarschijnlijk handig om een definitie te plakken aan het begrip ‘alternatieve geneeswijzen’. Want wat zijn dat precies? Wat valt daar onder en wat valt daar niet onder? En wie bepaalt dat?

Per definitie zijn alternatieve geneeswijzen de geneeswijzen die afwijken, anders zijn en niet regulier of gebruikelijk zijn ten opzichte van de ‘normale’ geneeswijzen. Ook impliceert het dat de methoden geen wetenschappelijk bewezen werking hebben, omdat geneeswijzen over het algemeen alleen als ‘regulier’ erkend zullen worden als dat bewijs er is.

Deze erkenning komt van verschillende kanten. Het is een grijs gebied, waarbij het onduidelijk is vanaf welk punt iets nou ‘normaal’ is. Verschillende instanties spelen een rol in dit proces, maar alsnog doet het voor mij allemaal erg arbitrair aan. Ten eerste speelt de publieke opinie een rol. Wanneer iedereen er vanuit gaat dat alternatieve geneeswijzen niet werken, zal er ook weinig vraag zijn naar meer (wetenschappelijk) onderzoek naar deze methoden en zullen overheidsinstanties ook minder snel geneigd zijn dergelijk onderzoek te financieren of te erkennen.

Daarnaast valt er iets voor te zeggen dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport haar aandeel heeft in het erkennen van methoden en geneeswijzen. Deze conclusie trek ik uit het feit dat de minister ook specialisaties binnen de geneeskunde moet erkennen voor ze geregistreerd kunnen worden en eventueel titelbescherming kunnen krijgen. Dit hangt nauw samen met de wetgeving rond de geneeskunde.

Wetgeving
Het eerste onderscheid tussen alternatieve en reguliere geneeskunde is gemaakt in 1865, met de Wet op de Uitvoering der Geneeskunst (WUG) die nog door kabinet Thorbecke is neergezet. Met die wet werd bepaald welke medische handelingen tot de reguliere geneeskunde werden gerekend, werd er een artsexamen geïntroduceerd en werd het uitoefenen van geneeskunst door onbevoegden strafbaar. In de praktijk handelden alle alternatieve genezers toen als een verlengstuk van een reguliere arts, dus onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde arts. In 1993 kwam er een nieuwe wet als vervanging op de WUG: de wet BIG (Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg). Met deze wet kreeg iedereen de mogelijkheid om zorg te verlenen, op eigen verantwoordelijkheid. Ook kwamen er meer mogelijkheden voor mantelzorgers. Om kwaliteit te waarborgen en risicovolle handelingen in te dekken zijn er een aantal ‘voorbehouden handelingen’ opgesteld die alleen uitgevoerd mogen worden door bevoegden. Hieronder een overzichtje van wat er onder deze voorbehouden handelingen valt en wie het mag uitvoeren.

Voorbehouden handelingen BIG

de voorbehouden handelingen volgens wet BIG

Aangezien maar 1,2% van de in Nederland geregistreerde artsen vervolgens verder gaan op alternatief gebied, en het aantal alternatieve genezers veel hoger ligt dan dat, kun je er vanuit gaan dat de meeste alternatieve genezers niet bevoegd zijn om dergelijke voorbehouden handelingen uit te voeren. In bijvoorbeeld Duitsland ligt dit weer heel anders, wat je terug kunt zien in deze blogpost. Klaus Ross was daar volledig bevoegd om injecties toe te dingen en infusen aan te leggen. Wat ook lastig is, is dat er geen eenduidige wet is in de Europese Unie over alternatieve geneeskunde. In principe zou je in het ene land opgepakt kunnen worden voor het onwetmatig uitoefenen van de geneeskunst, terwijl je daar in een ander land wel compleet bevoegd toe bent. Het Verdrag van Rome zou zulke taferelen juist tegen moeten gaan.

In Nederland wordt er van alternatieve genezers ook verwacht dat ze zich houden aan de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) wat neerkomt op het vertrouwelijk en integer omgaan met je patiënten, hun dossier en gegevens. In deze wet is ook geregeld dat je patiënten toestemming moet vragen voor je iets doet, dat je ze inlicht over eventuele risico’s en dat patiënten altijd hun eigen dossier in mogen zien.

Zorgverzekeraars
Verder hebben verzekeringsmaatschappijen erg veel invloed op de toegankelijkheid en erkenning van alternatieve geneeswijzen en behandelaars. Immers, wanneer iets goed vergoed wordt zijn mensen sneller geneigd het te proberen. Zorgverzekeraars mogen helemaal zelf bepalen wat ze vergoeden en wat niet, waarmee ze zich vaak ook onderscheiden van andere zorgverzekeringsmaatschappijen. Er zijn verzekeraars die in hun aanvullende verzekering amper alternatieve genezers hebben staan die vergoed worden (en het verschilt ook nog hoeveel procent van de behandelkosten ze vergoeden) en anderen hebben er juist relatief veel in staan. In de basisverzekering zal je sowieso geen alternatieve geneeswijzen of -middelen vinden. Ik vroeg me af of er een richtlijn was, criteria die zorgverzekeraars hanteren om bepaalde geneeswijzen wel te vergoeden en anderen niet, maar toen ik de mannen achter Zorgwijzer aan de telefoon had vertelden ze me dat verzekeraars het helemaal zelf mogen weten.

Nagenoeg alle zorgverzekeraars hanteren wel het principe dat de alternatieve behandelaars die vergoed worden bij een beroepsvereniging moeten zijn aangesloten (bijvoorbeeld een vereniging voor acupuncturisten) die voldoet aan hun voorwaarden. Het is voor alternatieve genezers niet verplicht om aangesloten te zijn bij zo’n beroepsvereniging, maar in de praktijk is het dus wel aan te raden, omdat je anders sowieso niet in aanmerking komt bij een verzekering om vergoed te worden.

Ook handig om te weten: bij vergoedingen vanuit de aanvullende verzekering – dus ook voor alternatieve geneeswijzen – betalen cliënten geen verplicht eigen risico of wettelijke eigen bijdrage.

Opleiding
Beroepsverenigingen stellen vaak eisen aan hun leden. Bij elke beroepsvereniging is er de verplichting om lid te zijn van een organisatie die een klachtenregeling en/of tuchtrecht kan verzorgen. Wanneer die organisatie voldoet aan de kwaliteitseisen van de Stichting Tuchtrecht Complementaire en alternatieve Zorg (TCZ), kun je ook lid worden van de TCZ. Sommige beroepsverenigingen regelen dit stuk zelf, of via de zelfstandige Klachtencommissie Alternatieve Behandelwijzen.

Naast de regels rond klachten en tuchtrecht stellen veel beroepsverenigingen ook eisen aan de opleiding van hun leden, om de kwaliteit te waarborgen. Sommige verenigingen verzorgen die opleidingen zelf, maar het komt ook vaak voor dat het particuliere beroepsopleidingen zijn. Het zijn in de regel geen opleidingen die gegeven worden aan universiteiten, hogescholen of in het paramedische veld. Uit een Kamerstuk van 29 oktober 2009 blijkt dat de Nederlandse overheid wel eist dat de opleidingen van HBO-bachelorniveau zijn. Het Centrum voor Post-Initieel Onderwijs Nederland (Cpion) toetst en accrediteert de kwaliteit van deze beroepsopleidingen, op initiatief van grote zorgverzekeraars (daar heb je ze weer!).

Wanneer je als alternatieve genezer zo’n opleiding hebt genoten, kun je je laten registreren in het Register Beoefenaren Complementaire en alternatieve Zorg (RBCZ) en bij de Stichting Registratie Beroepsbeoefenaren Aanvullende Gezondheidszorg (SRBAG). De eerdergenoemde BIG-registratie is alleen mogelijk wanneer je ook regulier apotheker, arts, fysiotherapeut, GZ-psycholoog, psychotherapeut, tandarts, verloskundige of verpleegkundige bent. Heel weinig alternatieve genezers zijn dat: 90% van de leden van alternatieve beroepsverenigingen heeft geen artsendiploma.

Binnen dit blog houd ik het handige lijstje met alternatieve geneeswijzen in mijn hoofd die deze website op een rijtje heeft gezet. Naast dit lijstje zijn er ook nog een boel ongeregistreerde en minder bekende alternatieve geneeswijzen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek noemt de volgende alternatieve genezers expliciet in hun meest recente cijfers over alternatieve behandelaars: chiropractor, homeopaat, acupuncturist, osteopaat, natuurgenezer, magnetiseur of paranormale genezer, fytotherapeut of kruidengenezer, antroposoof en gebedsgenezer of religieus genezer. De rest schaart het CBS onder de noemer ‘andere alternatieve genezer’. Op dit blog staat ook een infographic waar je deze gegevens van het CBS terug kunt vinden. redpillbluepill transparant mini

Advertenties

2 gedachtes over “Tot nu toe: regeltjes en richtlijnen

  1. Pingback: Cupping: een gevaarlijke trend? | Red Pill / Blue Pill

  2. Pingback: Homeopathie part 2: de voors “De gewone geneeskunde heeft niet altijd de ultieme oplossing” | Red Pill / Blue Pill

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s