Homeopathie part 2: de voors “De gewone geneeskunde heeft niet altijd de ultieme oplossing”

Zoals in homeopathie part 1 al te lezen valt, is homeopathie voor sommige artsen een controversieel onderdeel van de (complementaire) geneeskunde. En waar er in part 1 vooral tegenargumenten worden genoemd, zal deze blogpost in het teken staan van de artsen die homeopathie in de praktijk toepassen. Om haar visie op de homeopathie toe te lichten vertelt arts voor integrale geneeskunde, gespecialiseerd in homeopathie Gio Meijer hoe zij op het spoor gekomen is van de homeopathie, haar praktijkervaringen en over het bewijs dat voor de werking van homeopathische geneesmiddelen bestaat. Mocht je eerst nog iets meer uitleg willen over wat homeopathie precies is, verwijs ik je graag door naar part 1.

In Gio’s praktijk in Amsterdam-West ontmoet ik haar. Het interieur is knus en professioneel. De ruimte doet dokterig aan. Haar muur in de spreekkamer wordt gesierd door een grote poster van het periodiek systeem, een hele wand aan boeken, een behandeltafel en een aantal tekeningen en schilderijtjes die jonge patiënten voor haar gemaakt hebben. Naast haar dagen in deze praktijkruimte behandelt ze ook patiënten in het Artsencentrum voor Integrale Geneeskunde (AIGA) in Amsterdam-Zuid, werkt ze één dag in de week samen met een huisarts en spendeert ze één dag aan andere activiteiten, zoals schrijven voor het Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde (TIG).

Gio heeft een reguliere opleiding geneeskunde gevolgd aan de Universiteit van Amsterdam en draagt, naast haar titel van homeopaat, dus ook de (beschermde) titel ‘arts’. Na haar opleiding heeft ze nog ongeveer 2,5 jaar gewerkt op de intensive care van het ziekenhuis op de afdeling neonatologie, maar omdat ze ook haar eigen praktijk was begonnen en haar interesse voor de homeopathie groeide, ging ze niet door met dit werk. Ze heeft een 3-jarige opleiding gevolgd tot homeopathisch arts en twee jaar later afgesloten met een Europees examen, waarbij er met regelmaat nog nascholingen en bijscholingen aan de orde zijn. Het onderscheid tussen arts en ‘genezer’ wilde ze wel even benadrukken: “Als je arts bent, heb je een universitaire opleiding van zeven jaar succesvol afgelegd, waarvan drie jaar praktijk in het ziekenhuis. Je hebt dan een bepaalde deskundigheid verworven, mag dan lichamelijk onderzoek doen, kunt dan diagnoses stellen en reguliere medicijnen voorschrijven. En dat stukje dat koester ik, dat vind ik heel belangrijk.” Het begrip ‘alternatieve genezer’ slaat op behandelaren die geen arts zijn.

Gio Meijer 1

Gio Meijer aan haar bureau

Wat artsen over de streep trekt om homeopathie te gaan uitoefenen, is volgens haar dat er gekeken wordt naar de hele mens en dat er mogelijkheden bestaan die met de reguliere geneeskunde niet bereikt worden. Bij haar heeft een college over homeopathie de interesse in deze vorm van geneeskunde getriggerd, waarna ze, puur uit nieuwsgierigheid, verder ging kijken.

In het begin was ze ook nog sceptisch over de homeopathie. Zelfs toen ze een middel probeerde bij menstruatieklachten – ze had al 15 jaar elke maand menstruatiepijnen – hield ze eerst nog veel pijn en dacht ze: ”Zie je wel, die homeopathie is helemaal niets. Het is een mooie theorie, maar het kan niet werken!“ Maar toen ze een ander middel nam heeft ze die klachten nooit meer gehad. Dat was voor haar een hele openbaring. Zo werkt reguliere medicatie niet en zo is ze serieus geïnteresseerd geraakt in de homeopathie.

In haar omgeving, toen ze werkzaam was in het Emma kinderziekenhuis tijdens haar coschappen, was haar ook al opgevallen dat er een relatie leek te zijn tussen huidaandoeningen en luchtwegklachten (astma en eczeem). Niemand kon haar daar een passende verklaring voor geven, maar het versterkte wel haar beeld van onderlinge verbanden in het lichaam. Binnen de homeopathie worden deze verbanden ook erkend en wordt daar goed gebruik van gemaakt. “De reguliere zorg is op het moment versnipperd. De neuroloog weet alles van het brein, de oncoloog alles van kankerbehandeling en de dermatoloog alles van de huid, maar er zijn eigenlijk maar weinig artsen die dat met elkaar kunnen verbinden, die zien dat er een relatie is tussen die verschillende dingen. En dat is eigenlijk wat je in ons vak wel ziet”, vertelt ze. “Er wordt wel gezegd dat fysieke klachten geen  psychische oorzaak kunnen hebben of dat emoties en lichaam niet bij elkaar horen, maar uit het feit dat mensen als ze een emotie zien of voelen, kunnen gaan huilen, blijkt toch dat ze met elkaar verbonden zijn”, gaat ze verder. “Er is bijvoorbeeld ook een placebo onderzoek gedaan waarbij mensen een hartoperatie kregen, of juist alleen maar een sneetje op de borst en geen hartoperatie, maar ze toch ook beter werden. De placebowerking is geweldig en werkt bij alle dokters en medicijnen even sterk, reguliere en niet reguliere.”

Wat haar in het reguliere werk frustreerde, was het feit dat je veel mensen niet verder kon helpen, zoals mensen met chronische aandoeningen of met onbegrepen klachten zoals nachtmerries bij kinderen. “Het fijne is dat je met homeopathie vaak wel verbetering kan bereiken bij deze mensen, doordat je het lichaam met het individueel uitgezochte geneesmiddel de juiste informatie geeft om zelf te herstellen, zover dat mogelijk is uiteraard. En dat vind ik prachtig. Dat is voor mij echt de reden geweest om de overstap te maken. Ik ben regulier opgeleid en ik vind de gewone geneeskunde een geweldige methode. Vooral voor acute zaken, zoals een hartinfarct, een heftige ontsteking, ernstige verwondingen, lastige botbreuken etc. Maar juist omdat ik de eed van Hippocrates heb afgelegd, doe ik dit werk. Mensen zoveel mogelijk proberen gezonder te maken met effectieve en veilige geneesmiddelen.”

Gio Meijer 7

Tekeningen van haar jonge patiënten

Waar ze wel erg blij van wordt, is de integrale methode. Integraal houdt in dat het beste van beide werelden, complementair en regulier, gecombineerd worden. In het artsencentrum waar ze één dag in de week werkt (AIGA) is dat integrale concept verwezenlijkt. “Het is eigenlijk onze droom om per persoon te kijken wat nou de meest zinvolle behandeling voor iemand is. Niemand heeft de hele waarheid. Homeopathie is geweldig, maar als je bijvoorbeeld kanker hebt, moet je eerst andere dingen doen. Maar je kunt dan met homeopathie wel heel mooi en respectvol iemand begeleiden tijdens  de behandeling met chemotherapie, bestraling of operatie, om de bijwerkingen te verminderen”,  vertelt ze. “Als je de patiënt centraal zet en kijkt wat iedereen kan toevoegen dan heb je echt meerwaarde door samen te werken. Dat is mijn missie.”

De integrale geneeskunde is voor Gio erg belangrijk, dus legt ze er nog iets meer over uit. Deze vorm van geneeskunde, die in de Verenigde Staten aan bijna zeventig universiteiten wordt toegepast onder de naam Integrative Medicine, is al terug te vinden bij de vader van de geneeskunde, de Griekse arts Hippocrates. Hij besprak in zijn geschriften over twee vormen van geneeskunde, namelijk methodes die de ziekte bestrijden en methodes die gezondheid bevorderen. Gio vertelt: “De kunst was en is om de juiste methode in te zetten op het juiste moment en bij de juiste persoon, om de gezondheid te bevorderen zover het mogelijk is en ziekte te bestrijden als het nodig is. Om gezondheid te bevorderen geven artsen tegenwoordig adviezen over leefstijl (voeding, beweging, ontspanning en zingeving) en in de Verenigde Staten noemen ze die tak van Integrative Medicine ook wel Lifestyle Medicine (zie bijvoorbeeld http://www.harvardlifestylemedicine.org/). In Nederland noemen wij het leefstijlgeneeskunde.

Hippocrates sprak in het kader van bevorderende middelen ook over het toedienen van medicijnen volgens de ‘similiaregel’. Het doel van deze methode is het zelf herstellend vermogen van de mens te stimuleren en daarmee gezondheid te bevorderen. Andere vormen van geneeskunde die vooral gezondheid bevorderen zijn bijvoorbeeld Traditional Chinese Medicine (TCM, waar acupunctuur een onderdeel van is), Ayurvedische geneeskunde (de Indiase traditionele geneeskunde), de westerse natuurgeneeskunde, antroposofische geneeskunde, maar ook technieken als Mindfulness, EMDR, muziektherapie, haptonomie etc.

De andere mogelijkheid beschreef Hippocrates als een methode waarbij de ziekte wordt bestreden met middelen die de klacht tegenwerken. Dit werd later de ‘contrariaregel’ genoemd. ‘Contraria’ betekent tegengesteld aan. De moderne westerse geneeskunde gebruikt vooral deze methode. Het ‘tegengestelde’ principe vinden we terug in de benamingen van de westerse geneesmiddelen, waarbij het woord ‘anti’, ‘remmers’ of ‘blokkers’ wordt gebruikt: antibiotica, antidepressiva, antihypertensiva, cholesterolremmers, bètablokkers etc.

Zoals gezegd hanteren artsen voor integrale geneeskunde beide methodes, waarbij samen met de patiënt een keuze wordt gemaakt uit de mogelijkheden die er bestaan. Daarbij wordt rekening gehouden met de wens van de patiënt, de ernst van de ziekte en de werkzaamheid én veiligheid van de methodes. Concluderend kunnen we stellen dat homeopathische geneeskunde anders werkt  dan reguliere geneeskunde en bijdraagt aan gezondheidsbevordering door middel van stimulering van het zelf herstellend vermogen. Homeopathische geneeskunde is effectief, veilig en kostenbesparend. Reguliere en homeopathische geneeskunde zijn beide onderdeel van integrale geneeskunde en vullen elkaar naadloos aan.”

Gio Meijer 5

Gio voor de poster van het periodiek systeem

Wat de wetenschap betreft, is de homeopathie in haar ogen al dubbel en dwars bewezen. Er is fundamenteel onderzoek dat het similia principe bewijst, bijvoorbeeld op celniveau (van Wijk en Wiegant, 1994)1 en er is veel natuurkundig onderzoek naar homeopathisch bereide geneesmiddelen  (o.a. met thermoluminescentie en andere reguliere meetmethoden) gedaan. Ze beroept zich voor onderzoek in de praktijk bij mensen op de meta-analyse van Kleijnen, Knipschild en Ter Riet, die in 1991 in het British Medical Journal verscheen. Dit onderzoek is uitgevoerd op verzoek van de Nederlandse overheid en gaf een positief resultaat op de homeopathie. De onderzoekers zeiden daarbij dat ze de werkzaamheid van homeopathie zouden accepteren, mits het werkingsmechanisme meer plausibel was. Dit doet een beetje denken aan het Bayesiaanse principe, wat in Homeopathie part 1 ook genoemd werd. Maar zelfs dit Bayesiaanse denken ondersteunt ook het bewijs vóór de werking van homeopathie. Een arts en wetenschapper die dat goed kan uitleggen, is Lex Rutten.

“Oordeel zelf maar. Er wordt nog heel erg biochemisch gedacht; dat er een stof nodig is om iets te laten werken. Het biochemische is één ding, maar het lichaam werkt ook op hele andere middelen en methoden. Zo is aangetoond dat ons lichaam ook reageert op informatie die via een elektromagnetisch veld, via licht, dus fotonen, wordt overgedragen. Dat is echt de volgende stap in ons denken over de werking van ons lichaam, denk ik. Maar je hebt altijd mensen die de wegbereiders zijn voor het grotere geheel en dat is een lastige positie om te hebben”, aldus Gio.

In 1997 werd er nog een ander artikel gepubliceerd, in The Lancet dit keer, waarbij epidemioloog Klaus Linde opnieuw tot de conclusie kwam dat de homeopathie niet volledig verklaard kon worden door het placebo-effect, waar je dus uit op kunt maken dat homeopathie wel werkt. Enkele jaren later, in 2005, werd er echter in hetzelfde tijdschrift een artikel geplaatst van Egger en Shang, waarin zij toegaven dat de kleine homeopathische onderzoeken beter van kwaliteit waren dan de reguliere onderzoeken, wat Egger – een fervent tegenstander van homeopathie – voordien betwijfelde en wat eigenlijk het onderwerp was van zijn onderzoek. Uiteindelijk kozen zij een nieuw onderwerp en zouden volgens ingewikkelde berekeningen ‘plots’ hebben aangetoond dat de effecten van de 110 reguliere onderzoeken beter zouden zijn dan de 110 homeopathische onderzoeken.

Volgens Gio is het onderzoek van Egger en Shang, dat door veel sceptici wordt aangehaald, niet representatief. Ze kaart aan dat Egger en Shang door middel van een wetenschappelijk ontoelaatbare selectie van onderzoeken hebben gezorgd dat de resultaten in de vergelijking voor homeopathie negatief waren ten opzichte van regulier. Ze hebben bijvoorbeeld maar 8 in plaats van de 110 onderzoeken met elkaar vergeleken, zonder te melden welke en waarom, waarbij ze er ook nog eens 4 goede homeopathische onderzoeken uitgehaald hadden en er 4 ‘sterke’ reguliere (over medicijnen die niet eens op de markt waren gekomen omdat ze te giftig bleken) aan hadden toegevoegd. Ook was het afkappunt voor het toelaten op 96 deelnemers gesteld om tot de gewenste resultaten te komen. Een uitgebreid artikel van Lüdtke en Rutten over deze kwestie is verschenen in een internationaal tijdschrift voor epidemiologie. De uiteindelijke conclusie uit deze onderzoeken is volgens Gio dan ook dat het bewijs voor homeopathie niet onderdoet voor dat van reguliere geneesmiddelen.

Een laatste interessante theorie die Gio noemde was het biologische verschijnsel hormesis, waar de onderzoeker Luckey in 1980 over schreef. “Hormesis is eigenlijk het effect dat een stof die in een hoge dosis schadelijk is, in ultra lage dosis een tegengesteld effect heeft. En dat is dus niet bij één stof zo, maar dat is een algemeen bekend fenomeen. Dus ook in de biologie en in allerlei takken van de reguliere geneeskunde. Het is dus niet alleen iets van de homeopathie. Dat is het leuke, tegenwoordig komen er steeds meer verklaringen uit allerlei andere wetenschappelijke velden die ook de homeopathie zullen gaan verklaren”, vertelt ze.

Wat andere feiten in het voordeel van de homeopathie zijn bijvoorbeeld dat homeopathie in Zwitserland op basis van wetenschappelijk onderzoek in het basispakket van de zorgverzekering zit, dat homeopathie in veel Europese landen (Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Italië) gewoon in het (academisch) ziekenhuis wordt toegepast, dat het in India de nummer 1 behandelwijze is en dat het in Brazilië echt een reguliere specialisatie is. Volgens Gio is de heersende consensus over de homeopathie hier onder artsen nogal negatief door de eenzijdige berichtgeving van de sceptici. Onder ‘de Nederlanders’ is het anders. Zij komen meestal naar een homeopathisch arts met  een hulpvraag of worden doorgestuurd door vrienden of een huisarts. Maar wat mensen er precies toe zet om de overstap te maken en te kiezen voor de homeopathie? Dat is niet op die manier aan de orde, volgens Gio: “Mensen kiezen niet voor óf óf. Het is niet zwart-wit. Mensen willen gewoon beter worden. Ze zoeken naar hulp bij de uitdagingen van het leven en hun genezingsproces in geval van ziekte.” redpillbluepill transparant mini

 

  1. Van Wijk R, Wiegant FAC, Cultured mammalian cells in homeopathic research-The similia principle in self-recovery (1994)
Advertenties

Een gedachte over “Homeopathie part 2: de voors “De gewone geneeskunde heeft niet altijd de ultieme oplossing”

  1. Gio is naast een zeer kundig en professioneel arts , betrokken en lief.
    Zij neemt de tijd en luistert echt.
    De keren dat wij een beroep op haar deden als gezin heeft zij ons geweldig geholpen.
    Wij zien haar als onze ‘ huisarts’
    Velen doorverwezen .

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s